DE BILT, 11 juni 206 – Het KNMI mag waarschuwingen voor extreem weer voortaan gerichter afgeven. Door een wijziging van de Regeling taken meteorologie en seismologie kan het weerinstituut, waar mogelijk, plaatselijker waarschuwen in plaats van alleen per provincie. De wijziging is op 20 mei 2026 ingegaan.
De aanpassing moet voorkomen dat een volledige provincie een waarschuwing krijgt, terwijl het gevaarlijke weer zich slechts in een beperkt gebied voordoet. Volgens de toelichting bij de regeling houdt extreem weer zich niet aan provincie- of gemeentegrenzen en kan noodweer lokaal grote veiligheidsrisico’s opleveren.
Provinciegrenzen niet langer doorslaggevend
Tot nu toe waren waarschuwingen in de praktijk sterk gekoppeld aan provincies, het IJsselmeergebied, de Waddenzee en de Waddeneilanden. Dat kon betekenen dat inwoners in grote delen van een provincie een waarschuwing kregen terwijl het verwachte noodweer vooral plaatselijk zou optreden.
Met de nieuwe regeling krijgt het KNMI meer ruimte om waarschuwingen beter te laten aansluiten op het gebied waar het risico daadwerkelijk wordt verwacht. Dat moet de betrouwbaarheid en begrijpelijkheid van weercodes versterken. In de toelichting wordt het noodweer in Leersum op 18 juni 2021 genoemd als voorbeeld van een situatie waarin lokaal waarschuwen passender zou zijn geweest.
Code geel, oranje en rood eerder mogelijk
De wijziging heeft ook gevolgen voor de termijn waarop waarschuwingen mogen worden afgegeven. Voor code oranje en code rood gold eerder een maximale termijn van 24 uur. Die termijn is nu gelijkgetrokken met code geel: alle kleurcodes kunnen maximaal 48 uur van tevoren worden afgegeven.
Volgens de oude regeling moesten waarschuwingen voor gevaarlijk weer uiterlijk aansluiten bij vaste criteria en termijnen. Waarschuwingen werden via publiek toegankelijke communicatiemiddelen verspreid en moesten duidelijk maken voor welk gebied, welke periode en welke weerswaarde de waarschuwing gold.
Impact weegt zwaarder mee
De nieuwe regeling maakt de waarschuwingssystematiek flexibeler. Het KNMI kan bij code geel en code oranje voortaan nadrukkelijker rekening houden met de mogelijke gevolgen voor de samenleving. Daarmee verschuift de nadruk niet alleen naar wat het weer wordt, maar ook naar wat het weer kan aanrichten.
Dat betekent dat een waarschuwing ook mogelijk is als een weersverschijnsel niet precies aan alle meteorologische drempelwaarden voldoet, maar de verwachte impact wel groot kan zijn. Andersom kan een waarschuwing achterwege blijven wanneer een drempelwaarde kort wordt overschreden maar de maatschappelijke gevolgen beperkt zijn.
Drempels voor gevaarlijk weer blijven bestaan
De bestaande criteria voor weerwaarschuwingen blijven belangrijk. In de aangeleverde regeling staat onder meer dat het KNMI waarschuwt bij zware neerslag, gladheid, winterse neerslag, onweersbuien, zware windstoten, extreme hitte, lage gevoelstemperaturen, zeer slecht zicht en wind- of waterhozen.
Voor gevaarlijk weer gaat het onder meer om 50 tot 75 millimeter neerslag in een etmaal, lokale gladheid, windstoten van 75 tot 100 kilometer per uur en temperaturen boven 35 graden. Voor maatschappij-ontwrichtend weer liggen de drempels hoger, zoals meer dan 75 millimeter neerslag in een etmaal of windstoten vanaf 100 kilometer per uur.
Hagel als zelfstandig criterium
Met de wijziging is hagel ook duidelijker als zelfstandig criterium opgenomen. Eerder was een waarschuwing voor hagel vooral gekoppeld aan onweersbuien. Nu kan het KNMI ook waarschuwen voor hagel wanneer dat verschijnsel op zichzelf risico’s oplevert. Voor gevaarlijk weer gaat het om hagelstenen van meer dan 0,5 centimeter tot en met 2 centimeter. Voor maatschappij-ontwrichtend weer gaat het om hagel van meer dan 2 centimeter.
Die aanpassing is vooral relevant in de zomerperiode, wanneer felle buien met hagel plaatselijk schade kunnen veroorzaken aan auto’s, daken, kassen, landbouwgewassen en buitenactiviteiten.
Waarschuwingen op water en zee blijven apart geregeld
Voor de ruime binnenwateren en de zee gelden aparte regels. De aangeleverde regeling noemt waarschuwingen bij windkracht 6 of 7 binnen 30 zeemijl vanaf de kustlijn en windkracht 7 tot en met 9 verder op zee. Bij zwaardere wind kan sprake zijn van maatschappij-ontwrichtend weer. Waarschuwingen boven ruime binnenwateren en zee worden per district uitgevaardigd.
Ook voor deze waarschuwingen is de regeling aangepast, zodat het KNMI beter rekening kan houden met de impact van het weer op de samenleving en de veiligheid op het water.
Bestuursorganen sneller geïnformeerd
De wijziging raakt ook de samenwerking met bestuursorganen. In de oude regeling stond dat bestuursorganen ondersteuning bij het KNMI afnamen bij calamiteiten of ernstige vrees daarvoor, wanneer het weer een belangrijke rol speelde. Het KNMI waarschuwde deze bestuursorganen desgevraagd.
Volgens de toelichting kon die formulering in de praktijk belemmerend werken, omdat het leek alsof het KNMI moest wachten tot bijvoorbeeld een veiligheidsregio zelf om ondersteuning vroeg. Met de wijziging kan het KNMI relevante bestuursorganen proactief waarschuwen bij dreigende calamiteiten op lokaal, regionaal of landelijk niveau.
Waterschappen krijgen grotere rol
Waterschappen krijgen door de wijziging meer ruimte om ook buiten acute noodsituaties ondersteuning van het KNMI te krijgen. Dat is volgens de toelichting belangrijk omdat extreem weer door klimaatverandering vaker voorkomt, met grotere risico’s op extreme neerslag, droogte en wateroverlast.
De regeling moet ervoor zorgen dat informatie actueler, betrouwbaarder en locatiegerichter beschikbaar is voor organisaties die bij calamiteiten moeten optreden. Voor burgers kan dat leiden tot gerichtere waarschuwingen over de vraag of reizen, buitensport, evenementen of werkzaamheden buiten nog veilig zijn.
KNMI-app krijgt vooruitkijkende radarbeelden
Naast de aanpassing van de waarschuwingen krijgt het KNMI meer ruimte om vooruitkijkende radarbeelden te tonen. Volgens het KNMI worden waarschuwingen nu maximaal 48 uur van tevoren gegeven en wordt gewerkt aan een overgang naar plaatselijkere waarschuwingen. Vanaf de zomer van 2026 volgt in de KNMI-app ook een betafunctie voor meldingen bij zware onweersbuien binnen 15 minuten op de locatie van de gebruiker.
Daarmee moet het publiek sneller en gerichter handelingsperspectief krijgen. Het KNMI wil niet alleen aangeven welk weer wordt verwacht, maar ook welke gevolgen dat kan hebben en welke maatregelen verstandig zijn.
Meer vertrouwen in waarschuwingen
De kern van de wetswijziging is dat waarschuwingen preciezer, eerder en begrijpelijker moeten worden. Door niet onnodig grote gebieden onder een waarschuwing te plaatsen, moet worden voorkomen dat inwoners waarschuwingen minder serieus nemen wanneer het noodweer hun omgeving uiteindelijk niet raakt.
Tegelijk kan bij lokale dreiging sneller worden opgeschaald als de veiligheid in het geding is. Daarmee wordt de waarschuwingssystematiek beter afgestemd op een tijd waarin zware buien, extreme neerslag, hitte en andere weersituaties vaker voor lokale overlast en schade zorgen.
Ontdek meer van Westfriesland Praat
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



















