WEST-FRIESLAND, 18 juni 2026 – Huishoudelijke hulp vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) verdwijnt per 1 januari 2029 als maatwerkvoorziening. Dat staat in de plannen van het kabinet. Mensen die huishoudelijke hulp zelf kunnen betalen, moeten dat vanaf dat moment ook zelf gaan doen. Voor inwoners die daartoe niet in staat zijn, blijft de gemeente verantwoordelijk voor ondersteuning.
De maatregel betekent een ingrijpende wijziging in de manier waarop huishoudelijke hulp nu via gemeenten wordt georganiseerd. Op dit moment kan huishoudelijke hulp nog worden toegekend als individuele maatwerkvoorziening, na onderzoek door de gemeente naar de persoonlijke situatie van een inwoner. Volgens de Rijksoverheid geldt in 2026 voor de meeste Wmo-ondersteuning een abonnementstarief van 21,80 euro per maand.
Gemeenten houden vangnet voor kwetsbare inwoners
Het kabinet wil dat huishoudelijke hulp minder vaak automatisch onder de gemeentelijke Wmo-voorzieningen valt. Daarbij blijft wel een vangnet bestaan voor inwoners die hulp niet zelf kunnen regelen of betalen. In de Voorjaarsnota 2026 staat dat mensen die dat kunnen, zelf gaan betalen voor huishoudelijke hulp.
Gemeenten krijgen hierdoor een andere rol. Zij moeten blijven beoordelen welke inwoners ondersteuning nodig hebben, maar de toegang tot huishoudelijke hulp als individuele voorziening wordt beperkter. Hoe het vangnet precies wordt ingericht, moet nog verder worden uitgewerkt. Volgens Binnenlands Bestuur is er nog geen concreet wetsvoorstel, terwijl de financiรซle besparing al wel is ingeboekt.
Bezuiniging moet honderden miljoenen opleveren
De aanpassing moet vanaf 2029 een grote besparing opleveren. In het coalitieakkoord wordt volgens Binnenlands Bestuur gerekend op een structurele opbrengst van 435 miljoen euro. De maatregel past in bredere pogingen om de kosten van de Wmo beheersbaar te houden.
De druk op de Wmo is de afgelopen jaren toegenomen. Vooral huishoudelijke hulp groeit sterk, mede door vergrijzing en doordat mensen langer zelfstandig thuis blijven wonen. Het CBS meldde dat de gemeentelijke uitgaven aan Wmo-maatwerkvoorzieningen in 2024 uitkwamen op 6 miljard euro, met een duidelijke stijging bij hulp bij het huishouden.
Zorgen bij gemeenten, cliรซnten en personeel
De plannen leiden tot zorgen bij gemeenten, cliรซntenorganisaties en vakbonden. Zij vrezen dat kwetsbare inwoners minder snel hulp krijgen of langer moeten wachten op ondersteuning. Ook kan de druk op mantelzorgers toenemen wanneer huishoudelijke hulp vaker zelf moet worden geregeld.
Vakbonden zijn inmiddels een petitie begonnen tegen het schrappen van huishoudelijke hulp als Wmo-maatwerkvoorziening. Zij waarschuwen voor gevolgen voor ouderen, mensen met een beperking en huishoudelijke hulpen zelf.
Uitwerking bepaalt gevolgen voor inwoners
De gevolgen voor inwoners hangen af van de verdere uitwerking. Belangrijk wordt hoe wordt vastgesteld wie huishoudelijke hulp zelf kan betalen en wie onder het gemeentelijke vangnet blijft vallen. Ook is nog niet duidelijk welke ruimte gemeenten krijgen om lokaal beleid te voeren.
Tot 2029 blijft huishoudelijke hulp via de Wmo mogelijk als maatwerkvoorziening. Daarna verandert het stelsel fundamenteel. Gemeenten, zorgaanbieders en inwoners krijgen de komende jaren te maken met nieuwe regels, nieuwe financiรซle afwegingen en mogelijk strengere toegang tot ondersteuning thuis.
Ontdek meer van Westfriesland Praat
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.













