ALKMAAR, 29 april 2026 โ De rechtbank Noord-Holland heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Koggenland opgedragen een nieuw besluit te nemen over de aanwijzing van zes panden als gemeentelijk monument. Het college weigerde eerder een inhoudelijke beoordeling uit te voeren, maar de rechter oordeelt nu dat dit in strijd is met de zorgvuldigheid en de geldende Erfgoedverordening.
De zaak was aangespannen door Stichting Het Cuypersgenootschap. De erfgoedorganisatie verzocht al in augustus 2020 om zes specifieke objecten in de gemeente de status van gemeentelijk monument te verlenen. Het college wees dit verzoek herhaaldelijk af, met het argument dat de aanwijzing niet paste in het bestaande beleid en dat de panden eerst nader onderzocht moesten worden in het kader van het nieuwe omgevingsplan.
Onzorgvuldige voorbereiding
De rechtbank stelt in de uitspraak van 20 april 2026 vast dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid en een deugdelijke motivering mist. Hoewel het college beleidsruimte heeft bij de uiteindelijke aanwijzing van monumenten, mag het niet weigeren om de eigen Erfgoedverordening uit te voeren.
De rechter acht het daarbij van belang dat de Erfgoedcommissie al in oktober 2021 een positief advies had uitgebracht over de objecten, maar dat het college daarna geen vervolgstappen heeft ondernomen. Zo zijn er geen redengevende omschrijvingen opgesteld en zijn de belangen van de eigenaren van de panden niet in de afweging betrokken.
Impact van de Omgevingswet
Een centraal punt in het verweer van de gemeente was de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Het college stelde dat de nieuwe wet kansen biedt voor ruimtelijk beleid en dat de panden later meegenomen zouden worden in het omgevingsplan.
De rechtbank veegt dit argument van tafel en wijst erop dat gemeentelijke monumenten tot 1 januari 2032 nog gewoon op grond van een erfgoedverordening kunnen worden aangewezen. De komst van de Omgevingswet ontslaat het college niet van de plicht om lopende aanvragen volgens de geldende regels te behandelen.
Negen maanden voor nieuw besluit
Door de uitspraak krijgt Het Cuypersgenootschap alsnog gelijk en is het beroep gegrond verklaard. De rechtbank heeft het eerdere besluit van het college vernietigd. De gemeente heeft nu negen maanden de tijd gekregen om alsnog een inhoudelijk onderzoek te verrichten, redengevende omschrijvingen op te stellen en een nieuw besluit te nemen.
Naast de opdracht voor een nieuw besluit, moet de gemeente Koggenland het betaalde griffierecht van 371 euro aan de stichting vergoeden. Belanghebbenden die het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen binnen zes weken in hoger beroep gaan bij de Raad van State.
Ontdek meer van Westfriesland Praat
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.











