DEN HAAG, 13 april 2026 – Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft een dringend beroep gedaan op gemeenteraden om de aanpak van het woningtekort topprioriteit te maken in de nieuwe coalitieakkoorden. Nu de gemeenteraadsverkiezingen achter de rug zijn en de onderhandelingen over lokaal beleid beginnen, benadrukt de overheid dat keuzes op gemeentelijk niveau bepalend zijn voor de toekomst van woningzoekenden. De opdracht van het kabinet is helder: er moet meer en sneller worden gebouwd. Wonen moet betaalbaar blijven. Daarnaast moeten belemmeringen voor nieuwbouw worden weggenomen.
De noodzaak voor actie wordt in de brief van 3 april 2026 onderstreept door de brede impact van de woningnood. Het tekort raakt diverse groepen in de samenleving, van jongeren die geen start kunnen maken op de woningmarkt tot ouderen die niet kunnen doorstromen naar zorggeschikte woningen. Ook gezinnen die te klein wonen en mensen met lage of middeninkomens bevinden zich in een lastige positie. Naast de kwantitatieve opgave wordt de noodzaak om woningen versneld te isoleren en verduurzamen benadrukt. Dit komt mede door de stijgende gasprijzen en de geopolitieke situatie in het Midden-Oosten.
Lees ook: Hoogkarspel Zuid in beeld voor grootschalig woningbouw
Regie en nieuwe wetgeving voor volkshuisvesting
Om de ambitie van 100.000 nieuwe woningen per jaar te realiseren, zet het kabinet in op continuïteit en duidelijkheid. Een cruciaal instrument hierbij is het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting. Deze wet moet meer tempo maken door heldere afspraken vast te leggen over hoeveel er gebouwd wordt. Er wordt bepaald waar deze woningen komen en voor welke doelgroepen ze bestemd zijn. De minister streeft naar een zo spoedig mogelijke inwerkingtreding van deze wet.
Gemeenten dragen de primaire verantwoordelijkheid voor het aanwijzen van voldoende bouwlocaties. Dit betreft niet alleen grote nieuwe stadswijken. Het gaat ook om kleinere projecten zoals “een straatje of wijkje erbij” aan de rand van dorpskernen of op buitenstedelijke locaties. Daarnaast wordt van gemeenten verwacht dat zij in hun coalitieakkoorden specifieke afspraken maken voor kwetsbare groepen, zoals starters en ouderen. Ook de inzet van alternatieve huisvesting op tijdelijke locaties en onzelfstandige woningen voor spoedzoekers wordt als noodzakelijk gezien om wachtlijsten te verkorten. Voor de zomer van 2026 moeten hierover afspraken worden vastgelegd in een convenant tussen het Rijk, gemeenten en corporaties.
Lees ook: Plan voor 180 woningen in Hoorn-Noord
Beter benutten van de bestaande woningvoorraad
Nieuwbouw alleen is volgens het ministerie niet voldoende om het tekort op te lossen. De bestaande woningvoorraad moet efficiënter worden ingezet. Hoewel er wordt gewerkt aan een landelijk kader voor het splitsen van woningen en woningdelen, kunnen gemeenten nu al actie ondernemen. Het advies luidt om lokale regels aan te passen en vergunningplichten te schrappen voor initiatieven zoals woningsplitsing, hospitaverhuur, optoppen en transformatie van gebouwen.
Een belangrijke verandering is de aanstaande regeling waarbij mantelzorg- en familiewoningen op het eigen achtererf onder bepaalde voorwaarden vergunningvrij worden. Dit moet snelle extra woonruimte bieden voor mensen die voor elkaar willen zorgen. Het geldt ook voor jongvolwassenen die nog bij hun ouders wonen bij gebrek aan een eigen plek.
Lees ook: Nieuwe woonwijk De Gouwe Vaart in Enkhuizen
Innovatie en versnelling van processen
Industrieel bouwen wordt aangewezen als een van de belangrijkste manieren om het proces te versnellen. Door woningen fabrieksmatig te produceren, kan er schoner, goedkoper en met behoud van kwaliteit worden gebouwd. Het ministerie wijst gemeenten erop dat hiervoor vaak aanpassingen nodig zijn in het lokale ruimtelijke beleid, het welstandsbeleid en de aanbestedingsprocedures. Het Rijk biedt ondersteuning via het Innovatie en Opschalingsprogramma Woningbouw (IOP).
Verder wordt geïnvesteerd in de lokale uitvoeringskracht door de oprichting van een expertisecentrum woningbouw in de zomer van 2026. Dit centrum moet kennis delen tussen gemeenten, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en andere platforms. Ook provincies, marktpartijen en corporaties kunnen extra capaciteit beschikbaar stellen om de planvorming en vergunningverlening te bespoedigen. Om vertraging door juridische procedures te beperken, voorziet het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting in een versnelde behandeling door de rechter. Er moet een uitspraak binnen zes maanden volgen. Toch geniet het voorkomen van rechtsgangen de voorkeur, bijvoorbeeld door omwonenden en woningzoekenden vroegtijdig bij projecten te betrekken om het draagvlak te vergroten.
Focus op betaalbaarheid en duurzaamheid
Het kabinet stuurt aan op een woningproductie waarbij twee derde van de woningen in de categorie ‘betaalbaar’ valt. Binnen deze categorie moet 30% van de woningen in elke regio uit sociale huur bestaan. Gemeenten moeten hier uiterlijk 1 januari 2027 regionale afspraken over hebben gemaakt met de provincie.
Om stagnatie door een stapeling van lokale eisen te voorkomen, wijst het ministerie op het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). Hierin zijn landelijke bouwtechnische eisen uitputtend vastgelegd, inclusief moderne prestatie-eisen voor energieverbruik (Zero-Energy Buildings) en CO2-uitstoot over de gehele levenscyclus. Aanvullende lokale eisen zijn wettelijk niet toegestaan en worden als contraproductief beschouwd voor de bouwversnelling en verduurzaming. Ook te rigide lokale doelen voor meer dan twee derde betaalbare woningen per specifiek project kunnen de voortgang belemmeren.
Lees ook: Opmeer zet volgende stap met tekenen Anterieure overeenkomst Hoogwoud-Oost
Tegelijkertijd roept de minister op tot een “nationaal isolatie-offensief”. Gemeenten moeten prioriteit geven aan een lokale aanpak om inwoners te helpen hun energierekening te verlagen en de afhankelijkheid van aardgas af te bouwen. Er zijn middelen beschikbaar voor het aanpakken van corporatiewoningen met slechte energielabels. Daarnaast kunnen huiseigenaren gebruikmaken van het Warmtefonds en de ISDE-subsidieregeling. Op de middellange termijn zijn ambitieuze warmteprogramma’s vereist, ondersteund door het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie.
Financiële ondersteuning en samenwerking
De gezamenlijke opgave van Rijk en gemeenten wordt ondersteund door forse investeringen. Het kabinet investeert aanvullend 7 miljard euro voor woningbouw in de periode tot en met 2035. Belangrijke regelingen hierbij zijn de Woningbouwimpuls en de Realisatiestimulans. Ook worden middelen geborgd voor gebieden die vallen onder het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) om woningbouw te versnellen. Dit gebeurt in combinatie met het verbeteren van de openbare ruimte.
In de loop van 2026 zullen de regionale woondeals worden geactualiseerd, inclusief de woningbouwopgave tot en met 2036. Er wordt nauw samengewerkt in de Ministeriële Taskforce Versnellen Woningbouw om knelpunten zoals netcongestie aan te pakken. Daarnaast richt de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof zich op de stikstofproblematiek die veel projecten momenteel remt. Vanaf 1 januari 2027 wordt verdere vereenvoudiging van wetgeving verwacht.
Lees ook: Koggenland start bouw energiezuinige appartementen De Goorn
Het ministerie concludeert dat samenwerking op basis van vertrouwen essentieel is. Ambtenaren van het ministerie zijn beschikbaar om aan te sluiten bij lokale overleggen en gemeenten te ondersteunen bij het vinden van oplossingen voor complexe woningbouwvraagstukken. De minister spreekt de hoop uit op een constructieve voortzetting van de samenwerking met de nieuw te vormen colleges van burgemeester en wethouders.
Ontdek meer van Westfriesland Praat
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.





















Laat mij niet lachen, vrijwel all huurwoningen gaan naar gelukzoekers en de Nederlanders bekijken het maar.