MEDEMBLIK, 11 juni 2026 – De gemeente Medemblik kiest in de nieuwe Lokale Detailhandelsvisie 2026-2030 voor een duidelijke concentratie van winkels in een beperkt aantal winkelgebieden. Nieuwe detailhandel moet vooral terechtkomen in de aangewezen hoofdstructuur: Medemblik, Andijk, Wervershoof, Wognum en Zwaagdijk.
Daarmee krijgt de traditionele middenstand in kleinere kernen minder groeiruimte. Bestaande winkels mogen blijven zolang zij functioneren en aansluiten bij de lokale vraag. Bij beรซindiging van activiteiten ligt de nadruk echter op het opheffen van de winkelfunctie of op verplaatsing naar een van de grotere kernwinkelgebieden.
De gemeenteraad wordt gevraagd in te stemmen met de nieuwe visie en het oude detailhandelsbeleid 2018-2023 in te trekken.
Kleine kernen vooral afhankelijk van supermarkt
Voor Abbekerk, Opperdoes, Midwoud en Nibbixwoud blijft de supermarkt de belangrijkste voorziening. Deze kernen worden in het beleid aangeduid als kernverzorgende winkelgebieden.
De gemeente noemt deze voorzieningen belangrijk voor de leefbaarheid, vooral voor ouderen en inwoners zonder auto. Tegelijk is de beleidsruimte beperkt. Aanvullende winkels kunnen blijven bestaan zolang zij goed draaien, maar uitbreiding of nieuwe winkelvorming buiten de hoofdstructuur wordt terughoudend benaderd.
Daarmee verschuift het beleid van brede ondersteuning van lokale middenstand naar bescherming van basisvoorzieningen. Het behoud van een supermarkt weegt zwaarder dan het laten groeien van zelfstandige winkels in iedere kern.
Overaanbod aan winkelmeters
Volgens het onderliggende detailhandelsbeleid is er in Medemblik sprake van een structureel overaanbod aan winkelruimte. Voor dagelijkse detailhandel wordt een negatieve marktruimte van 3.100 vierkante meter winkelvloeroppervlak genoemd. Voor doelgerichte detailhandel gaat het om 1.800 vierkante meter.
De gemeente concludeert dat extra winkelmeters de bestaande structuur verder kunnen verzwakken. Door online winkelen, veranderende bestedingen, vergrijzing en beperkte bevolkingsgroei staat vooral de winkelvoorraad in kleinere dorpen onder druk.
Het beleid is daarom geen pleidooi voor meer winkels, maar voor winkels op de juiste plek. Nieuwe initiatieven moeten aantoonbaar bijdragen aan sterke centra en mogen niet leiden tot verdere versnippering of leegstand.
Wervershoof voelt druk van Zwaagdijk
Een opvallende positie is weggelegd voor Winkelhart Zwaagdijk. Dat winkelgebied trekt door het complete aanbod, de bereikbaarheid en winkels als Action en Wibra veel bezoekers uit de regio. Volgens de analyse kan die aantrekkingskracht leiden tot verschraling van lokaal verzorgende winkelgebieden, waaronder Wervershoof.
Wervershoof heeft met Albert Heijn, DekaMarkt en Food Plus een aanzienlijk supermarktaanbod, maar het winkelgebied kampt met druk op het functioneren. De gemeente ziet nog potentie, maar ook concurrentie vanuit Zwaagdijk.
De uitbreiding van Winkelhart Zwaagdijk vindt volgens de visie op dit moment niet plaats. Daarmee wil de gemeente voorkomen dat andere kernwinkelgebieden verder worden aangetast.
Bestaande winkels mogen blijven, nieuwe winkels niet vanzelf
Voor verspreide winkels buiten de kernwinkelgebieden geldt een strikter regime. Solitaire winkels en kleine clusters mogen blijven bestaan zolang zij actief zijn en voorzien in lokale behoefte. Bij leegstand of bedrijfsbeรซindiging kan de detailhandelsfunctie verdwijnen.
In het ruimtelijk kader wordt gewerkt met een uitsterfconstructie. Als een winkel binnen een jaar na vaststelling van het beleid niet actief is, kan de detailhandelsfunctie uit het omgevingsplan verdwijnen. Bij een actieve winkel blijft de functie bestaan, maar na een jaar aaneengesloten leegstand vervalt die mogelijkheid alsnog.
Nieuwe winkels buiten de kernwinkelgebieden zijn in principe niet toegestaan, behalve bij expliciete uitzonderingen. De gemeente wil daarmee een gelijk speelveld creรซren tussen ondernemers in centra en ondernemers daarbuiten.
Boerderijwinkels krijgen meer ruimte
Niet alle vormen van detailhandel worden ingeperkt. Boerderijwinkels krijgen juist meer ruimte. De gemeente verruimt de definitie van bedrijfseigen producten. Naast producten van het eigen bedrijf mogen ook lokale en regionale producten worden aangeboden.
Daarbij blijven wel grenzen gelden. Niet-bedrijfseigen producten mogen maximaal 10 procent van het assortiment vormen. De netto verkoopruimte van een boerderijwinkel mag maximaal 50 vierkante meter bedragen en moet op het eigen erf liggen.
De gemeente ziet boerderijwinkels, zelfbedieningsstalletjes en hybride concepten als vormen van lokaal ondernemerschap die kunnen bijdragen aan identiteit, korte voedselketens en levendigheid. Tegelijk moeten zij de bestaande winkelstructuur niet ondermijnen.
Meer ruimte voor mengvormen
De visie biedt ook ruimte voor nieuwe winkelconcepten. Daarbij gaat het om mengvormen, zoals winkels die horeca, dienstverlening of beleving toevoegen aan hun hoofdactiviteit. Een voorbeeld is een bakker die ook koffie verkoopt.
Volgens de gemeente kunnen zulke concepten leegstand tegengaan en winkelgebieden aantrekkelijker maken. Wel moet duidelijk blijven wat de hoofdfunctie is. De regels moeten voorkomen dat ondernemers via nevenactiviteiten oneerlijke concurrentie veroorzaken.
Ook publieksaantrekkende functies zoals zorg, sport en dienstverlening moeten bij voorkeur in of nabij winkelgebieden terechtkomen. Vestiging op bedrijventerreinen wordt minder wenselijk geacht, omdat zulke functies de centra juist kunnen versterken.
Beleid gebaseerd op oudere koopstroomcijfers
Een kanttekening is dat de detailhandelsvisie nog gebruikmaakt van cijfers uit het Koopstromenonderzoek 2021. Volgens het raadsvoorstel is gekeken naar cijfers uit 2025, maar zijn de verschillen marginaal. De trends en conclusies zouden daardoor gelijk blijven.
De uitvoering heeft volgens het voorstel geen extra financiรซle gevolgen voor de gemeentelijke begroting. De werkzaamheden worden betaald uit het bestaande budget van het team Ruimtelijk Beleid, onderdeel Economische Zaken.
Na vaststelling wordt de visie gepubliceerd op de gemeentelijke website en op overheid.nl.
Ondernemers en inwoners geraadpleegd
Bij het opstellen van het beleid zijn ondernemers, inwoners, bezoekers, ambtenaren en raadsleden betrokken. Ondernemers leverden input via klankbordgroepen en sessies. Inwoners en bezoekers zijn op straat bevraagd over hun wensen en ervaringen.
Ook is een schouw gehouden in de winkelgebieden van Andijk, Medemblik, Wervershoof, Wognum en Zwaagdijk. Daarbij is gekeken naar ruimtelijke kwaliteit, samenhang tussen functies en de beleving van de winkelgebieden.
Volgens de gemeente moet het beleid duidelijkheid bieden aan ondernemers, vastgoedeigenaren en inwoners. De kern van de koers is dat voorzieningen bereikbaar blijven, maar dat groei vooral wordt toegestaan waar die de hoofdstructuur versterkt.
Ontdek meer van Westfriesland Praat
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


















