HOORN, 3 juli 2026 – Het Openbaar Ministerie onderzoekt of de twee minderjarige verdachten in de zaak rond de dood van de 29-jarige Dario uit Hoorn moeten worden vervolgd voor moord of voor doodslag in vereniging. Dat bleek tijdens de eerste pro-formazitting, die vanwege de leeftijd van de verdachten achter gesloten deuren werd behandeld.
De twee jongens van 16 en 17 jaar blijven voorlopig vastzitten. Volgens het OM worden zij verdacht van moord dan wel doodslag in vereniging. Dario kwam in de nacht van 28 op 29 maart om het leven na een grote vechtpartij in het centrum van Hoorn. Volgens omstanders probeerde hij de ruzie te sussen, waarna hij werd neergestoken.
OM onderzoekt rol van verdachten
Het onderzoek richt zich onder meer op de vraag wie het mes in handen had en wie daadwerkelijk heeft gestoken. Dario werd volgens de verdenking meerdere keren met kracht met een mes in het lichaam geraakt. De precieze rolverdeling tussen de verdachten is daarom van groot belang voor de uiteindelijke aanklacht.
Voor moord moet het OM bewijzen dat sprake was van voorbedachten rade: de verdachte moet tijd en gelegenheid hebben gehad om over het dodelijke geweld na te denken. Dat is in strafzaken vaak lastig aan te tonen. Bij doodslag gaat het om het opzettelijk doden van iemand, zonder dat voorbedachten rade hoeft te worden bewezen.
Volgens berichtgeving rond de zitting onderzoekt het OM daarom of doodslag in vereniging juridisch beter bewijsbaar is dan moord. Die kwalificatie kan alsnog zwaar wegen, omdat het dan gaat om gezamenlijk handelen bij een dodelijk geweldsincident.
Derde verdachte wacht zaak in vrijheid af
Naast de twee minderjarige jongens is ook een derde verdachte betrokken bij het onderzoek. Deze inmiddels 19-jarige jongeman mag zijn strafzaak in vrijheid afwachten, onder voorwaarden. Het is nog niet duidelijk of hij uiteindelijk volgens het volwassenenstrafrecht of het jeugdstrafrecht wordt berecht. Voor verdachten van 18 tot 23 jaar kan de rechter in sommige gevallen het jeugdstrafrecht toepassen, afhankelijk van de persoon en de omstandigheden.
Voor de twee minderjarige verdachten ligt het uitgangspunt anders. Jongeren van 16 en 17 jaar vallen in beginsel onder het jeugdstrafrecht. De rechter kan in uitzonderlijke gevallen besluiten het volwassenenstrafrecht toe te passen, bijvoorbeeld bij zeer ernstige feiten of wanneer de persoonlijkheid van de verdachte daartoe aanleiding geeft.
Mogelijke straffen voor minderjarigen
Als de twee minderjarige verdachten volgens het jeugdstrafrecht worden veroordeeld voor moord of doodslag in vereniging, kan de rechter bij 16- en 17-jarigen maximaal 24 maanden jeugddetentie opleggen. Voor jongeren van 12 tot en met 15 jaar geldt een maximum van 12 maanden, maar dat is in deze zaak niet aan de orde.
Daarnaast kan het OM vragen om een PIJ-maatregel, ook wel jeugd-tbs genoemd. Die maatregel is bedoeld voor jongeren bij wie sprake is van ernstige gedrags- of ontwikkelingsproblematiek en bij wie behandeling noodzakelijk wordt geacht. Een PIJ-maatregel kan maximaal zeven jaar duren, waarvan het laatste jaar voorwaardelijk is.
In zware jeugdzaken kan het OM dus niet alleen jeugddetentie eisen, maar ook langdurige behandeling. In vergelijkbare ernstige geweldszaken tegen minderjarigen is een eis van de maximale jeugddetentie in combinatie met een PIJ-maatregel mogelijk. Of het OM dat in deze zaak zal doen, hangt af van het dossier, gedragsrapportages, de rolverdeling en de vraag of moord of doodslag bewezen wordt geacht.
Verschil tussen moord en doodslag
Voor volwassenen geldt dat doodslag maximaal 25 jaar gevangenisstraf kan opleveren. Bij moord kan de rechter een tijdelijke gevangenisstraf tot 30 jaar of levenslang opleggen.
Bij minderjarigen ligt dat anders zolang het jeugdstrafrecht wordt toegepast. Dan zijn de maxima van het jeugdstrafrecht leidend, ook bij zeer zware feiten. De juridische kwalificatie blijft echter belangrijk. Moord wordt zwaarder beoordeeld dan doodslag, omdat daarbij voorbedachten rade bewezen moet worden. Doodslag in vereniging kan eveneens tot een zware eis leiden, zeker wanneer meerdere verdachten volgens het OM gezamenlijk hebben gehandeld.
Volgende zitting moet meer duidelijkheid geven
Het onderzoek naar de fatale steekpartij gaat de komende periode verder. Bij de volgende pro-formazitting wordt naar verwachting meer duidelijk over de stand van het onderzoek en mogelijk ook over de planning van de inhoudelijke behandeling.
Omdat twee verdachten minderjarig zijn, zal ook de inhoudelijke behandeling waarschijnlijk achter gesloten deuren plaatsvinden. Dat betekent dat publiek en media niet aanwezig mogen zijn. De rechter beslist uiteindelijk of sprake is van moord, doodslag in vereniging of een andere juridische kwalificatie. Tot die tijd blijven de verdachten formeel onschuldig.
Ontdek meer van Westfriesland Praat
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.













