MEDEMBLIK, 14 januari 2026 – Ongeveer 12.000 huurders die in een woning van een corporatie wonen, zijn tegelijkertijd eigenaar van een of meerdere koopwoningen in Nederland. Dat staat op gespannen voet met het doel van woningcorporaties om sociale huurwoningen beschikbaar te stellen voor huishoudens die zelf geen toegang hebben tot de woningmarkt, stelt het Centraal Planbureau.
Volgens het CPB draagt het bezit van koopwoningen door sociale huurders bij aan de druk op een toch al krappe woningmarkt. Sociale huurwoningen zijn bedoeld voor mensen met een beperkt inkomen of vermogen, terwijl het bezit van vastgoed doorgaans wijst op financiële ruimte.
Reactie De Woonschakel op landelijke cijfers
Directeur-bestuurder Albert Gieling van De Woonschakel herkent de discussie. In een reactie stelt hij dat het onderwerp past binnen een bredere maatschappelijke discussie over oneigenlijke bewoning van sociale huurwoningen, niet alleen op basis van inkomen, maar ook op huishoudgrootte en eigen vermogen.
Gieling wijst daarbij op situaties waarin huishoudens formeel voldoen aan de inkomenseisen, maar feitelijk beschikken over aanzienlijke financiële middelen. Als voorbeeld noemt hij oudere echtparen met uitsluitend AOW en een beperkt pensioen, die na verkoop van een koopwoning kunnen beschikken over een banksaldo van enkele tonnen. “Met dat vermogen zouden zij zich in theorie een woning in de vrije huursector kunnen veroorloven,” aldus Gieling.
Maatschappelijke afwegingen bij toewijzing
De vraag of dergelijke huishoudens geweerd moeten worden uit de sociale huursector, is volgens Gieling niet eenvoudig te beantwoorden. “Ook hier speelt de discussie of dit wenselijk is, zeker gezien het beperkte aanbod in de vrije huursector,” zegt hij. Iedere aanscherping van regels leidt volgens hem onvermijdelijk tot maatschappelijke en politieke discussies.
De Woonschakel analyseert al meerdere jaren de slagingskansen van verschillende groepen woningzoekenden. Op basis daarvan worden, waar nodig, aanpassingen gedaan in het toewijzingsbeleid. Dat kan bijvoorbeeld door leeftijdscriteria toe te passen, voorrang te geven aan specifieke doelgroepen of aanvullende voorwaarden te stellen bij woningtoewijzing.
Structureel tekort aan sociale huurwoningen
Volgens Gieling blijft de kern van het probleem echter het structurele tekort aan sociale huurwoningen in Nederland. “Er is sprake van schaarste. Iedere keuze in voorwaarden en regels betekent dat andere groepen minder kansen krijgen,” stelt hij. Dat maakt het volgens hem onmogelijk om beleid te voeren zonder maatschappelijke frictie.
Controles bij verhuur en verkoop
Bij de toewijzing van sociale huurwoningen en bij de verkoop van huurwoningen voert De Woonschakel diverse controles uit. Zo wordt bij verkoop na een bepaalde periode gecontroleerd of de koper daadwerkelijk in de woning woont. Daarnaast gelden er voorwaarden zoals een antispeculatiebeding, gericht op zelfbewoning en het beperken van snelle doorverkoop.
Ook bij nieuwe verhuringen vinden controles plaats. Na ondertekening van de huurovereenkomst volgt na verloop van tijd een huisbezoek door wijkbeheerders om te toetsen of de woning daadwerkelijk wordt bewoond door de huurder.
Beperkingen bij vermogenscontrole
Het structureel controleren van het bezit van koopwoningen door huurders is volgens De Woonschakel in de praktijk lastig uitvoerbaar. Dat zou betekenen dat periodiek alle huurders moeten worden gecontroleerd in openbare registers en gemeentelijke basisadministraties. De benodigde tijd en kosten maken dit volgens de corporatie onhaalbaar.
Extra maatregel na uitspraak rechtbank
Naar aanleiding van een uitspraak van de rechtbank Amsterdam eind 2025 heeft De Woonschakel wel een aanvullende maatregel ingevoerd bij nieuwe verhuringen. Van woningzoekenden is bekend of zij verhuizen vanuit een huur- of koopwoning. In het geval van een koopwoning wordt nu gewerkt met een ‘Intentie tot verkoopverklaring’.
Deze verklaring verplicht de woningzoekende om de achtergelaten koopwoning daadwerkelijk te verkopen. Na een vastgestelde periode wordt gecontroleerd of die verkoop heeft plaatsgevonden. Bij het niet naleven van deze afspraak kan sprake zijn van woonfraude en kan een juridische procedure worden gestart, gericht op ontbinding van de huurovereenkomst.
Volgens Gieling is deze maatregel bedoeld om misbruik tegen te gaan, zonder het systeem onnodig zwaar te belasten. “Het blijft zoeken naar een balans tussen rechtvaardigheid, uitvoerbaarheid en de enorme druk op de sociale huursector,” aldus de bestuurder.
Ontdek meer van Westfriesland Praat
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.












