MEDEMBLIK, 12 april 2026 – De gemiddelde verkoopprijs van een bestaande koopwoning in de gemeente Medemblik is in 2025 uitgekomen op 461.600 euro. Een jaar eerder lag dat gemiddelde nog op 429.300 euro. Dat betekent een stijging van 7,5 procent in één jaar. Het college noemt die prijsontwikkeling een bevestiging dat betaalbaarheid en beschikbaarheid op de woningmarkt onverminderd onder druk staan.
De stijgende prijzen passen in een breder beeld dat ook uit het nieuwe woonbehoefteonderzoek naar voren komt. Daarin staat dat de gemiddelde woningprijzen in de afgelopen jaren zijn blijven oplopen, ondanks een lichte dip in 2022 en 2023. Inmiddels trekken de prijzen weer aan, mede doordat inkomens zijn gestegen en de rente zich heeft gestabiliseerd. Vooral in het segment van de vrijstaande woningen is in Medemblik sprake van een sterke prijsstijging.
Druk op woningmarkt blijft groot
Dat de gemiddelde koopwoning duurder wordt, staat niet op zichzelf. Volgens het woonbehoefteonderzoek is in alle segmenten van de koopmarkt sprake van krapte. In 2024 lag de gemiddelde krapte-indicator op 2,3, terwijl een evenwichtige markt pas wordt bereikt bij een verhouding van 1 tot 5 woningen per potentiële koper. Vooral bij rijwoningen en twee-onder-een-kapwoningen is de druk hoog.
Ook de sociale huursector staat onder spanning. De corporaties verhuren jaarlijks grofweg 250 tot 300 woningen, maar per vrijkomende woning reageren veel woningzoekenden. De gemiddelde inschrijftijd liep op van ongeveer 8 jaar in 2020 naar ongeveer 12 jaar in 2024. De actieve zoektijd steeg in dezelfde periode van ongeveer 3,5 jaar naar 5,5 jaar.
Die druk wordt nog versterkt doordat veel middeninkomens steeds moeilijker kunnen doorstromen naar een koopwoning. In het onderzoek staat dat voor een gemiddelde tussenwoning van ongeveer 360.000 euro een bruto jaarinkomen van rond de 78.000 euro nodig is. Voor veel starters is dat niet haalbaar. Tegelijk is er in de lagere koopsegmenten nauwelijks aanbod beschikbaar.
Gemeente wil sturen op betaalbaarheid en nieuwbouw
Het college van Medemblik stelt in de informatienota aan de raad dat de huidige Woonvisie 2024-2028 nog steeds actueel is en dat de gemeente vasthoudt aan de ambitie om in nieuwbouwprojecten te mikken op 35 procent sociale huur en 35 procent betaalbare koop, waarvan 10 procent goedkope koop. Die betaalbaarheidssegmenten moeten helpen om het woningtekort terug te dringen en het aanbod toegankelijker te maken.
Tegelijk werkt de gemeente aan een forse projectportefeuille. Op peildatum 1 januari 2026 gaat het om ongeveer 2.600 woningen. In het woonbehoefteonderzoek wordt daarnaast gesproken over een huidige planlijst van ongeveer 2.500 woningen, waarbij de verwachte bouwstarts vooral in de periode 2026 tot en met 2028 hoog liggen. Wel waarschuwt het onderzoek dat een deel van de plannen nog onzeker is en dat vooral betaalbare segmenten relatief vaak in zachte plannen zitten.
Starters en senioren vragen om andere woningtypen
Uit het onderzoek blijkt dat de woningvraag in Medemblik niet alleen om aantallen draait, maar ook nadrukkelijk om het type woning. Er is volgens Companen vooral behoefte aan uitbreiding van de sociale huurvoorraad, met name in de vorm van huurappartementen en levensloopgeschikte woningen. Daarnaast is er een grote aanvullende vraag naar goedkope koopwoningen onder de 284.000 euro, vooral voor starters. Juist in dat segment schiet het huidige aanbod tekort.
Ook voor ouderen ligt er een stevige opgave. Tot 2030 groeit de aanvullende behoefte aan nultredenwoningen met circa 115 tot 125 woningen, aan geclusterde woonvormen met 90 tot 150 woningen en aan zorggeschikte woningen met 40 tot 60 woningen. Tot 2040 lopen die aantallen verder op. De gemeente werkt daarom inmiddels ook aan een nieuwe woonzorgvisie, die de nota Wonen en Zorg uit 2022 moet vervangen.
Woningbouwopgave loopt door tot ver na 2030
Voor de langere termijn schetst het woonbehoefteonderzoek een brede woningbouwopgave. Op basis van prognoses en het inlopen van het tekort komt de autonome groei van de woningvraag in Medemblik uit op 1.050 tot 1.150 woningen tot 2030. Wanneer ook rekening wordt gehouden met long-stay arbeidsmigranten en de ambitie uit de Woondeal Noord-Holland Noord 2.0, loopt de totale groeiopgave op naar 1.240 tot 1.580 woningen tot 2030. Richting 2040 stijgt dat naar 2.065 tot 2.730 woningen.
De gemeente ziet vooral groeipotentie in Wognum, dat in het onderzoek als kern met de sterkste regionale en bovenregionale vraag wordt genoemd. Ook Medemblik, Wervershoof, Andijk, Nibbixwoud en delen van de Zuidzone kennen een duidelijke woningvraag. In kleinere kernen ligt de nadruk vaker op lokale behoefte en het principe van “straatje erbij”.
Voor Medemblik betekent dat dat de stijging van de gemiddelde koopprijs niet alleen een cijfer is, maar vooral een signaal. De druk op de woningmarkt is hoog, betaalbare woningen zijn schaars en de gemeente zal de komende jaren scherp moeten sturen op zowel aantallen als woningtypen. De woonbrief en het woonbehoefteonderzoek maken duidelijk dat de uitdaging daarbij groter is dan alleen nieuwbouw: ook doorstroming, seniorenhuisvesting, sociale huur en betaalbare koop bepalen hoe bereikbaar de woningmarkt in Medemblik werkelijk wordt.
Ontdek meer van Westfriesland Praat
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
























