ABBEKERK, 30 januari 2026 – Een inwoner van Abbekerk heeft bij de gemeente Medemblik melding gedaan van overlast en mogelijke gezondheidsklachten na het gebruik van spuitmiddelen op een nabijgelegen perceel, op ongeveer honderd meter van een woonwijk. De melding is doorgezet naar de Omgevingsdienst en vervolgens naar de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)
Onvrede over afhandeling
In haar reactie stelt de NVWA dat geen overtreding is vastgesteld en dat er geen landelijke afstandsnormen bestaan voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Daarbij wordt verwezen naar eventuele gemeentelijke regelgeving. De inwoner ervaart het proces als onduidelijk en voelt zich van het kastje naar de muur gestuurd. Volgens de melder wordt de bezorgdheid onvoldoende serieus genomen, terwijl de gemeente zelf geen rechtstreeks antwoord gaf op vragen over de situatie.
Als praktisch advies gaf de NVWA aan om tijdens spuitwerkzaamheden binnen te blijven en ramen en deuren te sluiten. De inwoner noemt dit advies moeilijk verenigbaar met de praktijk, omdat spuiten juist vaak plaatsvindt bij mooi en vrijwel windstil weer.
Raadsvragen GemeenteBelangen
Aanleiding voor Roelandt Paarlberg van GemeenteBelangen Medemblik om schriftelijke vragen te stellen aan het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Medemblik. Paarlberg wil onder meer weten of de gemeente bekend is met de melding uit Abbekerk en met de inhoud van de reactie van de NVWA.
Het raadslid vraagt waarom de melding niet inhoudelijk door de gemeente zelf is beantwoord, maar is doorgestuurd naar andere instanties. Ook vraagt hij hoe de gemeente haar eigen rol en verantwoordelijkheid ziet bij het beantwoorden van vragen van inwoners over hun leefomgeving.
Regels en beleidskaders
De NVWA gaf aan dat landelijke afstandsnormen ontbreken en dat eventuele regels door gemeenten of provincies worden vastgesteld. Paarlberg vraagt daarom welke regels, beleidskaders of afspraken binnen Medemblik gelden voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen nabij woningen, woonwijken, scholen en andere gevoelige functies. Als dergelijke regels ontbreken, wil hij weten waarom daar niet voor is gekozen.
Daarnaast vraagt hij hoe meldingen worden beoordeeld wanneer niet duidelijk is welk middel is gebruikt en hoe wordt voorkomen dat onjuiste aannames onderdeel worden van de afhandeling.
Zorgplicht onder de Omgevingswet
Volgens de NVWA worden gewasbeschermingsmiddelen bij correct gebruik als veilig aangemerkt voor omwonenden, ook wanneer sprake is van een penetrante geur. Paarlberg vraagt of de gemeente deze opvatting deelt en hoe dit zich verhoudt tot de gemeentelijke zorgplicht voor een gezonde en veilige leefomgeving onder de Omgevingswet.
Ook wil hij weten hoe de gemeente aankijkt tegen situaties waarin inwoners meerdere dagen stankoverlast ervaren zonder te weten welke middelen zijn toegepast, terwijl er landelijk maatschappelijke onrust bestaat over de effecten van gewasbeschermingsmiddelen op gezondheid en milieu.
Informatie en vervolgstappen
Tot slot vraagt Paarlberg welke mogelijkheden de gemeente ziet om inwoners beter vooraf of achteraf te informeren over spuitwerkzaamheden in de nabijheid van woongebieden, ook wanneer formeel geen sprake is van een overtreding. Hij vraagt of het college bereid is te onderzoeken of aanvullende lokale beleidsregels, afstandsnormen of maatwerkvoorschriften wenselijk en juridisch haalbaar zijn en op welke termijn de raad daarover wordt geïnformeerd.
Daarnaast wil hij weten hoe de gemeente voorkomt dat inwoners het gevoel krijgen van een zogenoemd ‘paarse-krokodil-effect’, waarbij instanties naar elkaar verwijzen zonder dat een concrete vraag wordt beantwoord. Ook vraagt hij om een evaluatie van het meldproces rondom milieu-, geur- en gezondheidsklachten, inclusief mogelijke verbeteringen in communicatie en verantwoordelijkheidstoedeling richting de gemeenteraad.
Ontdek meer van Westfriesland Praat
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
















