WEST-FRIESLAND, 17 juli 2026 – Met de inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling op 1 augustus 2026 verandert de viering van oud en nieuw in Nederland aanzienlijk. Deze nieuwe wetgeving wijzigt de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten. Het doel is om risico’s rondom de openbare orde, leefbaarheid en veiligheid te verminderen. Vanaf dat moment is het bezit, het gebruik en de verkoop van F2-consumentenvuurwerk verboden voor personen zonder gespecialiseerde kennis.
Ontheffingsbevoegdheid voor burgemeesters
Hoewel het landelijke verbod van kracht wordt, biedt de wet een uitzonderingspositie voor lokaal georganiseerde groepen. De burgemeester krijgt de discretionaire bevoegdheid om een ontheffing te verlenen voor het afsteken van vuurwerk in georganiseerd verband. Deze regeling is specifiek bedoeld voor verenigingen en stichtingen die beschikken over een inschrijving bij de Kamer van Koophandel en een duidelijke lokale binding hebben. Het is nadrukkelijk aan de burgemeester om te besluiten of de gemeente deze ontheffingen รผberhaupt wil verlenen.
Strikte voorwaarden en veiligheidseisen
Om in aanmerking te komen voor een ontheffing, stelt het Besluit veilige jaarwisseling strikte veiligheidsvoorwaarden. Aanvragers moeten aan de volgende wettelijke vereisten voldoen:
- Er moet een uitgebreid veiligheidsplan worden ingediend, inclusief een situatietekening van de afsteekplaats.
- Een ontheffing geldt voor maximaal 200 kilo verpakt vuurwerk uit de categorie F2.
- Het afsteken is uitsluitend toegestaan tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur.
- De organisatie moet een of twee supervisors (minimaal 18 jaar oud) aanwijzen die ter plaatse de verantwoordelijkheid dragen.
- Het vuurwerk mag door maximaal acht aangewezen ontbranders (eveneens minimaal 18 jaar oud) tot ontbranding worden gebracht.
- De gekozen buitenlocatie moet toegankelijk zijn voor hulpdiensten en voldoende afstand bieden tot kwetsbare gebouwen en dieren.
Lokale beleidsruimte en afwegingen
De introductie van deze bevoegdheid verplicht gemeenten om lokaal beleid te vormen. Burgemeesters dienen een integrale afweging te maken waarbij factoren zoals het lokale draagvlak, bestaande problematiek tijdens de jaarwisseling en de beschikbare handhavingscapaciteit een rol spelen.
De gemeente kan er bovendien voor kiezen om zelf specifieke locaties aan te wijzen, of om het initiatief voor een locatie bij de aanvragende vereniging of stichting te leggen.
Tot slot heeft de burgemeester de bevoegdheid om aanvullende lokale voorschriften, zoals het verplicht stellen van een aansprakelijkheidsverzekering, aan de ontheffing te verbinden.
Ontdek meer van Westfriesland Praat
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.













