WEST-FRIESLAND, 4 juli 2026 – De druk op gemeenten die geen of onvoldoende asielopvang organiseren, wordt verder opgevoerd. Minister Bart van den Brink van Asiel en Migratie zet volgende week een nieuwe stap in het escalatieproces tegen de eerste gemeenten die volgens het ministerie onvoldoende meewerken. In West-Friesland worden onder meer Stede Broec, Enkhuizen, Hoorn en Koggenland genoemd.
Het gaat volgens de minister om ongeveer 47 gemeenten. Welke gemeenten als eerste naar de volgende trede in het proces gaan, wordt komende week bekendgemaakt.
De minister wil dat gemeenten vรณรณr het najaar alsnog in beweging komen. Volgens hem is opvang van asielzoekers geen vrijblijvende keuze, maar een wettelijke taak. Gemeenten die geen opvang organiseren of geen duidelijke uitleg geven over het ontbreken van plekken, krijgen daarom te maken met toenemende druk vanuit Den Haag.
Minister wijst op wettelijke taak gemeenten
De inzet van het ministerie volgt uit de Spreidingswet. Die wet moet ervoor zorgen dat asielzoekers evenwichtiger over Nederland worden verdeeld. Gemeenten hebben daarbij de opdracht om opvangplekken mogelijk te maken. Als gemeenten niet meewerken, kan het Rijk uiteindelijk ingrijpen.
Van den Brink benadrukt dat het ministerie eerst inzet op overleg. Gemeenten worden uitgenodigd om tekst en uitleg te geven over de stand van zaken. Wanneer dat uitblijft, volgt een volgende stap op de zogenoemde interventieladder. In het uiterste geval kan de minister het bevoegd gezag van een gemeente overnemen. Het Rijk kan dan zelf een asielopvanglocatie vergunnen.
Volgens Van den Brink is die mogelijkheid bedoeld als laatste middel. De minister zegt te hopen dat gemeenten alsnog โtot inkeer komenโ en aan de slag gaan met de opvangopgave. Tegelijkertijd maakt hij duidelijk dat het Rijk niet onbeperkt blijft wachten.
West-Friese gemeenten nadrukkelijk in beeld
Voor West-Friesland is vooral de vermelding van Stede Broec, Enkhuizen, Hoorn en Koggenland van belang. Deze gemeenten worden genoemd in relatie tot het uitblijven van voldoende opvangplaatsen of onvoldoende uitleg richting het ministerie.
In de regio speelt de opvangopgave al langer. Hoorn en Koggenland onderzochten eerder gezamenlijke mogelijkheden voor opvang, maar de locatiekeuze leidde tot politieke discussie. Ook in Stede Broec en Enkhuizen wordt al langere tijd gesproken over de invulling van de opdracht uit de Spreidingswet. De regio West-Friesland heeft volgens eerdere regionale afspraken een gezamenlijke opgave voor de opvang van asielzoekers.
De aankondiging van Van den Brink betekent dat de betrokken gemeenten rekening moeten houden met een formelere fase in het proces. Daarmee verschuift de discussie van lokaal overleg naar toezicht vanuit het ministerie. Voor inwoners kan dat betekenen dat de besluitvorming over mogelijke opvanglocaties sneller en scherper wordt.
Uiterste middel blijft rijksingreep
Het zwaarste middel is dat de minister de regie overneemt. In dat geval kan het Rijk een locatie aanwijzen en de vergunningverlening buiten de gemeente om regelen. Daarmee wordt de lokale beleidsruimte kleiner.
Voor gemeenten is het daarom van belang om vรณรณr het najaar duidelijk te maken welke stappen worden gezet. Dat kan gaan om het aanwijzen van een locatie, overleg met het Centraal Orgaan opvang asielzoekers of het indienen van een concreet plan. Gemeenten die blijven wachten of geen uitleg geven, lopen het risico dat Den Haag de regie overneemt.
Van den Brink maakt komende week bekend welke gemeenten als eerste verder het escalatieproces ingaan. Dan moet duidelijk worden of Stede Broec, Enkhuizen, Hoorn en Koggenland direct tot die eerste groep behoren, of dat zij later in beeld komen.
Ontdek meer van Westfriesland Praat
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


















