GROOTEBROEK, 25 juni 2026 – De rechtbank in Alkmaar heeft de 26-jarige J D. uit Grootebroek veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De veroordeling volgt op een incident dat plaatsvond op 2 juli 2024 in Grootebroek, waarbij de verdachte een slapend slachtoffer heeft verkracht. Het slachtoffer, dat op dat moment een vriendschappelijke relatie met de verdachte had, verbleef die bewuste nacht in de woning van de verdachte om troost te zoeken.
Bewijsvoering ondersteund door Snapchat
In zedenzaken staat vaak de verklaring van het slachtoffer tegenover die van de verdachte. De rechtbank oordeelde de verklaring van de aangeefster in deze zaak als zeer betrouwbaar en consistent. Cruciaal steunbewijs werd gevonden in een uitvoerig Snapchatgesprek dat kort na het incident tussen beide partijen plaatsvond. Uit de overhandigde chatberichten bleek dat het slachtoffer de verdachte confronteerde met het feit dat er tegen haar wil seksuele handelingen waren verricht terwijl zij sliep.
De verdachte erkende zijn handelen in deze chat, bood zijn excuses aan en verzocht het slachtoffer dringend om geen aangifte te doen wegens de gevolgen voor zijn eigen leven. Het verweer van de verdachte dat het chatgesprek door de aangeefster gemanipuleerd zou zijn, werd door de rechtbank verworpen wegens gebrek aan onderbouwing.
Kwalificatie als opzetverkrachting
De officier van justitie ging tijdens de zitting uit van de lichtere variant schuldverkrachting. De rechtbank oordeelde echter dat er sprake is van opzetverkrachting. Doordat de verdachte met zijn vingers bij het slachtoffer binnendrong op het moment dat zij lag te slapen, heeft de verdachte het onvermogen van het slachtoffer om haar wil vrij te uiten bewust genegeerd. Hiermee is vastgesteld dat de verdachte opzettelijk handelde en op zijn minst bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de wil tot penetratie bij het slachtoffer ontbrak.
Schadevergoeding en persoonlijke omstandigheden
De rechtbank heeft bepaald dat de verdachte een totale schadevergoeding van 6.755 euro aan het slachtoffer moet betalen. Dit totale bedrag is opgebouwd uit 1.755 euro aan materiรซle schade voor specifieke therapiekosten, waaronder een EMDR-behandeling, en 5.000 euro aan immateriรซle schade. Bij het bepalen van de uiteindelijke strafmaat is uitdrukkelijk rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
De verdachte kent een zwaar belast verleden, gekenmerkt door verwaarlozing, mishandeling en seksueel misbruik. Mede omdat de reclassering het recidiverisico op een soortgelijk delict als laag inschat, is gekozen voor een deels voorwaardelijke straf zonder aanvullende bijzondere voorwaarden.
Ontdek meer van Westfriesland Praat
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.













