Nederland is een land van planning. We plannen woningen, dijken, dienstregelingen en vergaderingen. Maar zodra er sneeuw valt alsof iemand boven de Randstad een zak bloem leegschudt, lijkt het alsof we collectief vergeten dat wielen minder grip hebben op ijs. Dan volgen de bekende beelden: files die op vrijdagmiddagformaat blijven hangen, vrachtwagens die dwars staan, treinen die uitvallen en een publieke discussie die zich beperkt tot één vraag: “Is er wel genoeg gestrooid?”
Dat is meteen het probleem. We doen alsof streng winterweer vooral een logistieke storing is die je met zout en schema’s oplost. Terwijl het in landen als Noorwegen en Zweden eerder wordt gezien als een normale winterconditie waar iedereen—overheid én weggebruiker—zich structureel op instelt. Daar is sneeuw geen incident, maar context.
Noors gedrag aanleren
In Nederland reageren we vaak incident-gedreven. We hebben strooiplannen, ja. We hebben Rijkswaterstaat, ja. Maar we organiseren onszelf alsof sneeuw iets uitzonderlijks is dat vooral het systeem overvalt. Die reflex zie je terug op de weg: mensen rijden “gewoon door”, bumperkleven blijft een hardnekkige gewoonte, en de snelheid zakt pas als het al misgaat—niet als het verstandig is. Afstand houden klinkt als een tip uit een theorieboekje, totdat je de rem intrapt en de auto besluit nog vijf meter door te schuiven.
Vergelijk dat met Scandinavië. Daar is het rijgedrag een onderdeel van de wintervoorbereiding. Niet alleen door winterbanden (die in Nederland nog steeds worden gezien als optioneel of “voor de skivakantie”), maar door verwachtingen. In Noorwegen en Zweden rekenen mensen erop dat je snelheid lager ligt, dat je eerder loslaat, dat je afstand verdubbelt. Niet omdat ze heilig zijn, maar omdat de cultuur daar is: veiligheid is sneller dan schade.
Wintermentaliteit en realiteit
Die mentaliteit werkt door in alles. In Scandinavië is de infrastructuur gebouwd op winterrealiteit: onderhoud, materieel, prioritering. Maar óók in communicatie. Bij ons klinkt het vaak als een waarschuwing (“pas op, het wordt glad”), daar klinkt het als een instructie die je serieus neemt (“pas je rijstijl aan”). Het resultaat is niet dat er nooit ongelukken zijn—wel dat het systeem minder snel verstopt raakt door menselijk gedrag dat niet bij de omstandigheden past.
Nederland zit bovendien met een specifieke kwetsbaarheid: hoge verkeersdichtheid. Eén slippende auto op een druk knooppunt heeft hier sneller een kettingreactie dan op een lange, rustige route in het noorden. Juist daarom zou je verwachten dat we een strenger “winterprotocol” in ons rijgedrag hebben. Maar we vertrouwen op techniek en organisatie, en onderschatten gedrag. We kijken naar de strooiwagen en vergeten de bestuurder.
Winterweer
Streng winterweer is dus geen test van alleen de overheid, maar van ons allemaal. Natuurlijk moeten we blijven investeren in materieel, prioriteitsroutes, duidelijke berichtgeving en realistische dienstregelingen. Maar de grootste winst zit soms in iets simpels: ruimte. Meer volgafstand. Minder haast. Eerder van het gas. En accepteren dat je soms later aankomt, omdat de omstandigheden dat dicteren.
Het is wrang: Nederland is kampioen efficiëntie, maar inefficiënt zodra de weg wit wordt. Noorwegen en Zweden zijn niet per se beter omdat ze “meer sneeuw gewend zijn”. Ze zijn beter omdat ze sneeuw als normaal behandelen, en normaal gedrag daarop aanpassen. Dat is het echte verschil: winterweer vraagt geen paniek, maar routine.
Misschien is dat de meest Nederlandse les die we nog moeten leren: niet alles is te plannen, maar je kunt je wél gedragen alsof het plan bestaat. In dit geval heet het plan: afstand, snelheid, en een beetje nederigheid richting natuurkunde.
Henk Prins
Ik schrijf mijn columns op persoonlijke titel
Meer op hbpmedia.nl
Ontdek meer van Westfriesland Praat
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.








