Bart Mol tijdens een schaatswedstrijd op natuurijs, vlak voor het afscheid van zijn carrière

Uw banner hier?

Uw banner hier?

Uw banner hier?

Uw banner hier?

Uw banner hier?

Uw banner hier?

Uw banner hier?

Een verhaal over talent. Over aandacht. Over plezier. Over blijven gaan. Van het jongetje op het ijs achter De Zeehoek tot de man die 200 kilometer reed over Oostenrijks natuurijs.

Interview door Mieke de Beer – Koomen

‘Ik had helemaal niet zoveel talent’

Hij zegt het zelf, wanneer ik hem voor de tweede keer in zijn schaatscarrière interview. De eerste keer was zo’n 14 jaar geleden, toen hij op het punt stond een sprint te trekken binnen de schaatswereld. Hij had net een fikse schuiver gemaakt op de lange baan, zijn armen opengehaald door het ijs. Ook nu, kort voor zijn allerlaatste wedstrijd, zit hij licht gehavend tegenover me. Toeval? Misschien? Gebrek aan talent? Zeker niet. Met vallen en opstaan bereikte Bart Mol de topdivisie. Deze maand neemt hij afscheid.

Het begint allemaal op de ijsbaan achter zwembad De Zeehoek in Wervershoof. In strenge winters schaatst kleine Bart er op natuurijs. Zes jaar oud is hij als hij iedere week op de bus stapt naar Alkmaar voor schaatsles bij De Meent. Samen met zijn oudere broer en andere talenten uit de regio: Simon en Irene Schouten, Sjaak Schipper, Mark, Sjoerd en Mariska Huisman. Ze groeien samen op, hebben een hoop lol en ontwikkelen hun schaatstalent. 

Bart is geen wonderkind. ‘Ik had niet heel veel talent. Was geen uitblinker en moest er echt hard voor werken.’ Wat hij mist aan vanzelfsprekendheid, compenseert hij met aandacht. Met herhalen. Met blijven gaan. Dat is Westfriesland: niet lullen, maar doen.

Zijn broer schaatst beter. Hij rijdt op zijn zeventiende zelfs Sven Kramer eraf. Bart is lang ‘het broertje van’. Tot zijn broer op negentienjarige leeftijd stopt. Opleiding en topsport blijken moeilijk te combineren. Bovendien moet je willen, écht willen. Bart kijkt, ploetert, leert én wil. Graag. En waar een wil is, is een lange baan. Altijd en overal in de rug gesteund door zijn vader en moeder, snelt Bart vooruit.

‘Zonder mijn ouders had ik dit nooit gered’

Kermis en karakter

Bij de Alkmaarse ijsclub rijdt Bart veel langebaanwedstrijden, hij is goed in jeugdmarathons. Hij wint regionale wedstrijden en schaatst door naar nationaal niveau. Als Bart 18 is, schaatst hij de eerste divisie binnen, de laatste stap richting topdivisie. “Op hangen en wurgen hoor, het was net aan. Het duurde vijf jaar voordat ik die top bereik. Ik moest niet alleen leren trainen, maar ook leren rusten en leren om daarvoor te kiezen.”

Bart wil schaatsen, maar hij wil ook graag onderdeel zijn van het ‘gewone’ leven. Waar veel ploeggenoten leven als monniken, leeft Bart als Bart. Hij volgt het CIOS, schaatst elke dag, reist door Europa voor trainingskampen, rijdt wedstrijden en werkt als sporttrainer bij Frits van der Werff in Hoorn. Daarnaast doet hij aan motorcross en struint hij alle kermissen af in Wervershoof en omliggende dorpen. Bart leeft gezond, maar gunt zichzelf ook een drankje. Als hij ’s ochtends vroeg moet trainen, kan het gebeuren dat hij de avond ervoor nog op de kermis staat. ‘Dat liep ik wel eens op ja, maar ik kon dat nooit helemaal loslaten. De boog kan niet altijd gespannen staan. Anders raakt de lol eraf.’

Ploeteren en plezier

Bart stopt met zijn hbo-opleiding in Amsterdam om vol voor de sport te gaan. Het kost geld. Veel geld. Zijn ouders helpen altijd, maar hij betaalt ook zelf mee. ‘Ik deed van alles. Krant bezorgen, bloemkool snijden op het land, tulpen koppen, pioenrozenplukken. Na de CIOS werd ik fitnesstrainer bij Frits van der Werff en gaf ik ook zelf personal training. Dat heb ik altijd leuk gevonden, kennis doorgeven is prachtig. Toen ik eenmaal fulltime schaatste, leefde ik vooral van sponsoren van de ploeg en enkele privé sponsoren. Zij stuwden me vooruit.

Bart ploeters én maakt tijd voor plezier. Hij is breed geïnteresseerd en houdt van ontdekken. Naast een strak trainingsschema, investeert hij in vriendschappen en in zichzelf. Hij verdiept zich in de werking van energie en volgt een Reiki-cursus. Zijn Westfriese nuchterheid belet hem niet om spiritualiteit te onderzoeken. Niet zweverig, wel nieuwsgierig. Want alles hangt samen, zo leert Bart.

Juiste keuzes werpen vruchten af. Bart wordt A-rijder en direct zevende in zijn eerste grote natuurijswedstrijd. Ineens hoort hij erbij. Zijn lange adem loont op de lange baan. Hij rijdt podiumplaatsen in langebaanmarathons, wint massastarts. Zijn voorliefde voor natuurijs brengt hem naar de 200 km op de Weissensee waar hij twee keer tweede en één keer derde wordt. Hij leidt het natuurijsklassement en rijdt vaak bij de top 10 op de 5 en 10 kilometer tussen Jorrit Bergsma en Sven Kramer. Hij verhuist naar Friesland om de uren die hij in de auto doorbracht aan de sport te kunnen besteden. En altijd is daar het plezier. Trainingskampen op Tenerife, in Toscane, in Saint-Tropez. Fietsen in de zon. Lachen in de auto naar Thialf met Koen Verweij en anderen. Door een muur van geluid rijden in een uitverkocht Thialf. Of over de Weissensee, waar supporters zijn naam schreeuwen waardoor zijn benen als vanzelf nog één keer versnellen.

‘De energie die je voelt als je door een muur van geluid rijdt in een uitverkocht Thialf, fantastisch!’

Twijfel en trouw aan jezelf

Vier jaar geleden verandert er iets. Een ploegfusie, minder professionaliteit, minder plezier. Hij staat op het punt te stoppen als een ploegleider hem na een wedstrijd in Zweden op het vliegveld aanspreekt: ‘Ik ga je bellen. Jij mag nog niet stoppen.
Zo geschiedde, Bart gaat door. In hoog tempo. Trainen in de ochtend, lunchen, uurtje slapen of tenminste even liggen met de ogen dicht, in de middags weer trainen. Alles voor de sport. Maar de sport verandert. De Nederlandse topdivisie kent steeds minder rijders, van tachtig aan het begin van zijn carriere naar zo’n dertig op dit moment. Er is minder natuurijs en minder geld. Het effect rolt door: hogere niveaus, harder, zakelijker, minder lol. En die lol is essentieel voor Bart.

Je moet je hele leven erop inrichten en je sociale leven staat onder druk. Gelukkig heb ik altijd geïnvesteerd in vriendschappen buiten het schaatsen. Mark Huisman, de broer van Sjoerd, is nog altijd een goede vriend. Ook voor relaties maakt hij tijd en ruimte. “Ik ben nu twee jaar samen met mijn vriendin. Het is wel belangrijk dat een partner dit leven begrijpt. Leuke dingen plannen blijft een gok, trainen gaat altijd voor. Met Kerst en Oud & Nieuw zijn er altijd wedstrijden en ben ik weg. Daar moet je tegen kunnen.’

We spoelen de film door naar het heden, vier jaar na zijn voornemen om te gaan stoppen. Bart is inmiddels 38 en kiest voor meer privétijd en een nieuwe carrière.
Wat ik ga doen is nog een verrassing. Ik heb verschillende opties die ik ga onderzoeken. Nee, niets met sport. Ook hierin wil ik vooral het plezier vinden, nieuwe dingen leren en de vrijheid hebben om zomaar eens een weekend weg te gaan. Als het moet, snijd ik weer bloemkool. Als je wilt werken, kun je werken. En een gezin? Ja, als het ons gegeven is, lijkt het me ontzettend leuk en dan wil ik een betrokken vader zijn.

Toeval of synchroniciteit

Op 27 januari jl. schaatste hij de laatste 200 kilometer op de Weissensee. Langs de kant wordt speciaal voor hem geapplaudisseerd. Na de wedstrijd hoort Bart dat zijn moeder, die al lange tijd ziek was, is overleden. Meteen denkt hij aan Sjoerd Huisman, zijn jeugdvriend en schaatsmaatje die in 2013 overleed. Zijn moeder, en die van Mark en Mariska, overleed een aantal jaren geleden op dezelfde dag.
Op 28 februari rijdt Bart de laatste Grand Prix in Zweden Lulea (150 kilometer) waar hij als 24e eindigt. Opnieuw denkt hij aan Sjoerd Huisman, hij droeg rugnummer 24. Toeval? Of synchroniciteit? Bart laat het open.

Sjoerds broer Mark was erbij die laatste wedstrijden. Ooit begonnen we samen. Nu eindigde ik mijn schaatscarrière met Mark als verzorger aan mijn zijde. De cirkel is rond. Met mijn moeder waren er geen losse eindjes, we hebben alles tegen elkaar kunnen zeggen. Zij was mijn grootste fan en is er altijd voor mij geweest. Net als mijn vader. Zonder hen had ik het nooit gered. Nu kan ik tijd maken om er veel voor hem te zijn.’

Dankbaar en klaar

Hoewel Bart een van de oudsten van het peloton is, fietst en schaatst harder dan ooit. Hij ontwierp zijn eigen opvallende lila pak. Om het leuk te houden. Want als de lol verdwijnt, is het mooi geweest. Op 7 maart reed hij zijn allerlaatste wedstrijd in Groningen. Hij viel in de bocht, stond op, herpakte zich en viel opnieuw. Het mocht de pret niet drukken, zijn glansrijke carrière neemt niemand hem meer af. Bart: ‘Het mooiste was dat veel van mijn vrienden met spandoeken, toeters, bellen en fakkels met – jawel, lila vuurwerk- lang de lijn stonden te joelen. Wat een geweldige afsluiting!

Tekst gaat verder onder de video

Wat hij het meest zal missen? ‘De structuur, alles was altijd heel geregeld, het lachen rond trainingen en wedstrijden. Ik had de mooie trainingskampen niet willen missen en de fantastische energie in een uitverkocht Thialf is goud waard. Ik ben vooral dankbaar en verlang naar meer vrijheid. Zomaar weekendjes weg, nieuwe dingen leren, golfen, waterskiën. Ik word nu een mooi weer sporter. Maar eerst rust.’
En een borrel? Dat ook, het kermisseizoen komt eraan!


Ontdek meer van Westfriesland Praat

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reageer op dit artikel

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.