HEERHUGOWAARD, 16 april 2026 – De rechtbank Noord-Holland heeft een minderjarige jongen veroordeeld tot een werkstraf van 20 uur voor het openbaar maken van een video van seksuele aard via Snapchat. De verdachte deelde in januari 2025 een opname van een deels ontkleed meisje in een groepsapp.
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte op 19 januari 2025 in Heerhugowaard een video heeft verstuurd via een Snapchat-groepschat naar het slachtoffer en twee anderen. Hoewel de verdediging aanvoerde dat het delen binnen een kleine, besloten groep geen ‘openbaar maken’ zou zijn, oordeelde de rechter anders. Volgens de wet valt ook het bekendmaken aan รฉรฉn of enkele personen onder dit begrip. Bovendien bleek de video diezelfde avond verder te zijn verspreid naar personen buiten de oorspronkelijke chatgroep.
Intiem karakter van de beelden
Tijdens de zitting ontstond discussie over de aard van de beelden. De verdachte stelde dat het slachtoffer een oversized trui droeg en de video niet seksueel was. De rechtbank verwierp dit verweer: vast staat dat het meisje deels ontkleed was en dat de verdachte de intentie had haar hiermee bang te maken. De beelden hadden een zodanig intiem karakter dat ieder redelijk denkend mens deze als privรฉ zou beschouwen.
Gevolgen voor het slachtoffer
Het incident heeft een grote impact gehad op het slachtoffer. Kort na de verspreiding werd zij door een kennis op een “nare seksuele wijze” benaderd via social media. De rechtbank benadrukte dat het verspreiden van dergelijk materiaal kan leiden tot langdurige psychische klachten en gevoelens van schaamte. Het meisje heeft zich na het incident onder behandeling moeten stellen voor geestelijk letsel.
Strafmaat en schadevergoeding
Bij de bepaling van de straf woog de rechtbank mee dat de verdachte een ‘first offender’ is en het risico op herhaling laag wordt ingeschat. Ondanks het verweer dat een veroordeling schadelijk zou zijn voor zijn topsportcarriรจre, legde de rechter een werkstraf van 20 uur op. De jongen moet de consequenties van zijn gedrag ervaren.
Naast de werkstraf moet de verdachte een schadevergoeding van in totaal 1.233,45 euro aan het slachtoffer betalen. Dit bedrag bestaat uit 1.000 euro voor immateriรซle schade (smartengeld) en 233,45 euro voor gemaakte reiskosten naar de hulpverlening. Een claim voor studievertraging werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing.
Ontdek meer van Westfriesland Praat
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.





























