In het begin trok mij vooral de durf van Wilders. Hij sprak uit wat anderen niet durfden zeggen, en ik herkende mij in zijn kritiek op de politieke elite.
Het jaarlijkse begrotingsdebat, dat eigenlijk zou moeten gaan over miljarden euro’s, over zorg, onderwijs, defensie en koopkracht, veranderde in een kakofonie van geschreeuw, gekibbel en moddergooien.