HEERHUGOWAARD, 15 januari 2026 – De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft een vordering tot ontruiming van een woning afgewezen. De verhuurder stelde dat de huur via Airbnb naar zijn aard van korte duur was en dat de huurder daarom geen huurbescherming had. De rechter gaat daar niet in mee en oordeelt dat de huurder recht heeft op wettelijke bescherming.
Geen huur van korte duur
Volgens de rechter is geen sprake van een huurovereenkomst die “naar zijn aard slechts van korte duur” is. Hoewel de huur aanvankelijk via Airbnb liep, maakten partijen later nieuwe afspraken. Vanaf mei 2025 huurde de huurder twee kamers rechtstreeks van de eigenaar, tegen een maandelijkse huur van 1.800 euro. De huur werd vervolgens maandenlang voortgezet zonder duidelijke einddatum.
Huurbescherming blijft gelden
De kantonrechter stelt dat huurbescherming een zwaarwegend recht is en dat uitzonderingen daarop terughoudend moeten worden toegepast. In dit geval was de woning het hoofdverblijf van de huurder en zijn kinderen. Dat wijst niet op tijdelijk gebruik zoals bij vakantiewoningen. Ook was geen schriftelijke afspraak gemaakt over een einddatum of een diplomatenclausule.
Belang van kinderen weegt mee
Bij de beoordeling heeft de rechter nadrukkelijk het belang van de minderjarige kinderen betrokken. Ontruiming zou kunnen leiden tot dakloosheid, terwijl niet vaststaat dat de huurder op korte termijn andere woonruimte kan krijgen. Dat belang weegt zwaar en staat ontruiming in de weg.
Wel betaling achterstallige huur
De vordering tot ontruiming is afgewezen, maar de huurder moet wel een achterstallige huur van 900 euro over oktober 2025 betalen. De verhuurder is daarnaast veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Ontdek meer van Westfriesland Praat
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.












