MEDEMBLIK, 5 juni 2026 – De rechtbank Noord-Holland heeft de opheffing van conservatoire beslagen in een omvangrijk bouwconflict afgewezen. De beslagen op onder meer woningen, bankrekeningen, aandelen en autoโs blijven voorlopig in stand.
De zaak draait om een geschil tussen een opdrachtgever en het Medemblikker aannemingsbedrijf Aan de Oever Holding B.V. De opdrachtgever kocht in augustus 2021 een bouwkavel en sloot op 1 juli 2022 een aannemingsovereenkomst voor de bouw van een woning met guesthouse en beachhouse. Tijdens de bouw ontstonden conflicten over budget, kosten, planning en facturen.
Claim van ruim 1,25 miljoen euro
De opdrachtgever stelt een vordering van ruim 1,25 miljoen euro te hebben. Volgens hem is te veel betaald, zijn kosten dubbel in rekening gebracht en moeten herstel- en afbouwwerkzaamheden worden uitgevoerd.
De claim is niet alleen gericht tegen de aannemer, maar ook tegen de bestuurders en aan hen verbonden vennootschappen. De opdrachtgever stelt dat sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid. Volgens hem is een herstructurering binnen het concern gebruikt om activiteiten bij andere vennootschappen onder te brengen, waardoor verhaal op de aannemer zou worden bemoeilijkt.
Beslagen volgens bestuurders te zwaar
De bestuurders en vennootschappen vroegen de rechtbank de beslagen op te heffen. Zij stelden dat de vordering ondeugdelijk is, dat de herstructurering losstaat van het bouwconflict en dat zij door de beslagen onevenredig zwaar worden geraakt.
De rechtbank gaat daar niet in mee. Volgens de rechter is op dit moment niet aannemelijk gemaakt dat de vordering van de opdrachtgever summierlijk ondeugdelijk is. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de beslagen onnodig of vexatoir zijn.
Belang opdrachtgever weegt zwaarder
De rechtbank vindt dat nog te veel onduidelijk is over de herstructurering en de gevolgen daarvan voor de bedrijfsvoering van de aannemer. Dat binnen hetzelfde concern een nieuw aannemingsbedrijf is opgericht met een vergelijkbaar doel, vraagt volgens de rechter om nadere uitleg.
Omdat geen andere zekerheid is gesteld en de financiรซle gevolgen van de beslagen onvoldoende zijn onderbouwd, weegt het belang van de opdrachtgever zwaarder. De beslagen blijven daarom voorlopig liggen.
Zaak gaat verder in bodemprocedure
De bestuurders en vennootschappen zijn veroordeeld tot betaling van 842 euro aan proceskosten. De hoofdzaak gaat verder. De rechtbank heeft bepaald dat de zaak weer op de rol komt voor verdere behandeling.
Ontdek meer van Westfriesland Praat
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


















Dat is een behoorlijke claim zeg. Zou daarom ook de bouw van het azc zijn vertraagd? Die bouwen zij ook