BOVENKARSPEL, 18 februari 2026 – Het gerechtshof heeft de gevangenisstraf voor een man uit Bovenkarspel die zijn echtgenote om het leven bracht verhoogd van tien naar twaalf jaar. In hoger beroep oordeelde het hof dat de eerdere straf onvoldoende recht deed aan de ernst van de feiten. De verdachte werd schuldig bevonden aan doodslag en het wegmaken van het lichaam van het slachtoffer.
Lees ook: Man(54) die zijn vrouw doodde en daarna verbrandde moet 10 jaar de cel in
Geen sprake van moord
Het hof sprak de man vrij van moord, omdat voorbedachte rade niet wettig en overtuigend kon worden bewezen. Wel stelde het vast dat de verdachte zijn echtgenote opzettelijk de adem heeft ontnomen. Daarmee is sprake van doodslag. Volgens het hof kan het langdurig afsluiten van de zuurstoftoevoer niet per ongeluk zijn gebeurd.
Forensisch bewijs doorslaggevend
Bij het oordeel speelde forensisch-pathologisch onderzoek een belangrijke rol. Daaruit bleek dat het slachtoffer is overleden door samendrukkende kracht op hals en/of het afsluiten van mond en neus. Alternatieve scenario’s die door de verdediging zijn aangevoerd, zoals een ongeluk of onjuist uitgevoerde reanimatie, werden door het hof verworpen.
Wegmaken lichaam verzwaarde zaak
Na het overlijden heeft de verdachte het lichaam van zijn echtgenote deels verbrand en vervoerd, met als doel het overlijden en de oorzaak daarvan te verhullen. Het hof rekent dit de man volledig aan. Deze handelingen hebben volgens de rechters de waarheidsvinding bemoeilijkt en het leed van de nabestaanden vergroot.
Verminderde toerekeningsvatbaarheid
Ten aanzien van de doodslag oordeelde het hof dat sprake is van verminderde toerekeningsvatbaarheid, vanwege een persoonlijkheidsstoornis bij de verdachte. Dat leidde niet tot strafvermindering, maar werd wel meegewogen bij het bepalen van de strafmaat. Voor het wegmaken van het lichaam achtte het hof de man volledig toerekeningsvatbaar.
Geen extra maatregel na detentie
De advocaat-generaal had gepleit voor een aanvullende gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel na detentie. Het hof wees dit af, omdat deskundigen het risico op herhaling van ernstig geweld als laag inschatten. Toezicht na de gevangenisstraf werd daarom niet noodzakelijk geacht.
Schadevergoedingen voor nabestaanden
Het hof kende affectieschade toe aan de twee zoons en de moeder van het slachtoffer. De vorderingen voor affectieschade werden volledig toegewezen. Een claim voor schokschade van één van de zoons werd afgewezen, omdat onvoldoende objectief vast te stellen geestelijk letsel kon worden aangetoond.
Definitieve uitspraak
Met de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam is de straf definitief vastgesteld op twaalf jaar gevangenisstraf. De zaak geldt als een van de zwaardere doodslagzaken in de regio, mede door de omstandigheden na het overlijden van het slachtoffer.
Ontdek meer van Westfriesland Praat
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


















