Rechts won de verkiezingen, maar niet de wet
De uitslag in West-Friesland laat weinig ruimte voor misverstand. Rechts won terrein. In Hoorn, Koggenland en Medemblik wist Forum voor Democratie zetels te pakken. In Stede Broec werd Rechts Stede Broec zelfs de grootste. Dat succes is niet uit de lucht komen vallen. Het verzet tegen een asielzoekerscentrum leeft, en partijen die zeggen “geen azc in onze kern” weten daar electoraal rendement uit te halen.
Dat is politiek begrijpelijk. Maar bestuurlijk is het verhaal een stuk minder eenvoudig.
Want wie inwoners voorhoudt dat een gemeenteraad simpelweg kan besluiten dat er géén azc komt, verkoopt hooguit de helft van het verhaal. De Spreidingswet is nog altijd van kracht en geeft gemeenten een wettelijke taak in de opvang van asielzoekers. Gemeenten overleggen daarover aan provinciale regietafels. Komen zij samen niet tot een sluitende verdeling, dan kan de minister zelf gemeenten aanwijzen die opvangplekken moeten realiseren. De verdeelbesluiten voor de huidige cyclus worden volgens de Rijksoverheid in december 2026 genomen; de plekken moeten dan vanaf 1 juli 2027 beschikbaar zijn.
Een gemeente mag sturen op locatie, niet op het principe
Daar zit precies de bestuurlijke knoop voor West-Friesland. Gemeenten hebben invloed op de waar-vraag, veel minder op de of-vraag. Wie als gemeente tijdig meedenkt, kan nog sturen op schaal, inpassing, bereikbaarheid en draagvlak. Wie vooral weigert, loopt het risico dat anderen of uiteindelijk het Rijk de regie overnemen. De wet is juist geschreven om te voorkomen dat iedere gemeente naar de buurman wijst.
Dat maakt de lijn van Rechts Stede Broec politiek helder, maar juridisch broos. Zeggen dat Stede Broec geen azc wil en dat de andere zes gemeenten het maar moeten oplossen, is onder de huidige wetgeving geen houdbare eindpositie. Aan de provinciale regietafel gaat het immers niet om vrijblijvend overleg, maar om het verdelen van een gezamenlijke opgave. Als die verdeling niet rondkomt, beslist de minister.
Den Haag twijfelt, maar de wet geldt nog gewoon
De politieke werkelijkheid in Den Haag maakt het debat extra verwarrend. Op de ene officiële Rijksoverheidspagina staat dat het kabinet de Spreidingswet in 2026 wil intrekken. Op een andere, recentere informatiepagina staat juist dat het kabinet-Jetten de wet voorlopig in stand wil houden. Hoe die landelijke koers precies uitpakt, is dus politiek nog in beweging. Maar voor gemeenten in West-Friesland is de praktische conclusie simpel: zolang de wet niet is ingetrokken, moet ermee worden gewerkt.
Voor lokale partijen is dat ongemakkelijk. Campagne voeren tegen een azc is eenvoudiger dan regeren onder een wet die zegt dat opvang niet vrijblijvend is. Dan verandert een verkiezingsbelofte al snel in een bestuursprobleem.
De Raad van State is geen wondermiddel
Kunnen gemeenten of actiegroepen dan alsnog via de Raad van State de komst van een azc tegenhouden? Ja, procederen kan. Maar wie doet alsof de Raad van State een politiek noodluik is, wekt valse hoop.
De Raad van State kijkt niet naar slogans, maar naar rechtmatigheid. Is een locatie ruimtelijk aanvaardbaar? Is de motivering deugdelijk? Zijn belangen van omwonenden voldoende afgewogen? Is er een goede onderbouwing van de behoefte? Dat zijn de vragen.
En juist op dat punt laat de recente jurisprudentie zien dat verzet lang niet automatisch wint. In de zaak over het azc in Balk oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak op 5 maart 2025 dat er, gelet op trends in instroom en bezetting, wél behoefte kon bestaan aan extra opvangplaatsen, ook als er op dat moment niet direct een cijfermatig tekort zichtbaar was. De Afdeling vernietigde de eerdere rechtbankuitspraak en verklaarde het beroep tegen de vergunning alsnog ongegrond. Het azc mocht dus in juridische zin doorgaan.
Ook in Apeldoorn kregen tegenstanders niet direct hun zin. Bij een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een nieuw azc oordeelde de voorzieningenrechter van de Raad van State in 2019 dat er geen aanknopingspunten waren om te verwachten dat het besluit in de bodemprocedure geen stand zou houden. De verzoeken werden afgewezen. Dat betekende dat het plan niet alvast werd stilgezet.
En in Budel werd in 2024 nog eens duidelijk hoe zwaar continuïteit van opvang kan wegen. De Raad van State bepaalde daar dat Cranendonck uiterlijk vóór 1 juli 2024 een besluit moest nemen over voortzetting van het azc. Het verzoek van het college om die uitspraak te schorsen werd afgewezen. De Afdeling wees er expliciet op dat een situatie zonder geldige vergunning, juist gezien de maatschappelijke discussie rond het azc, snel tot nieuwe handhavingsproblemen zou leiden.
Besturen is kiezen, niet roepen
Dat betekent niet dat gemeenten rechteloos zijn. Integendeel. Gemeenten kunnen hun invloed het best benutten door vroeg te sturen op voorwaarden: een logische plek, goede ontsluiting, veiligheid, onderwijs, zorg, handhaving en duidelijke afspraken met het COA. Dáár zit de bestuurlijke ruimte.
Maar wie inwoners wijsmaakt dat een ferme motie of een luid verkiezingsprogramma genoeg is om een azc definitief buiten de deur te houden, verwart politieke wens met juridische werkelijkheid. Dat is verleidelijk oppositievoeren, maar riskant besturen.
West-Friesland staat daarom voor een nuchtere keuze. Blijft de regio elkaar aankijken en hopen dat opvang elders landt? Of nemen gemeenten zelf de regie, juist om te voorkomen dat anderen die regie overnemen?
De verkiezingswinst van rechts is een feit. De grenzen van die winst ook. Want uiteindelijk geldt in dit dossier niet de hardste leus, maar de wet. En zolang die wet overeind staat, is de echte vraag voor West-Friesland niet óf het gesprek over opvang gevoerd moet worden, maar hoe eerlijk en hoe volwassen dat gesprek eindelijk wordt.
Gebruikte bronnen
- Rijksoverheid, Hoe de Spreidingswet werkt — wettelijke taak gemeenten, regietafels, verdeelbesluit en planning.
- Rijksoverheid, Veelgestelde vragen Spreidingswet — minister kan gemeenten aanwijzen als provincies niet tot volledige verdeling komen.
- Rijksoverheid, Aanpak opvang asielzoekers — kabinetslijn dat intrekking van de Spreidingswet in 2026 wordt beoogd.
- Raad van State, uitspraak Balk van 5 maart 2025 — behoefte aan opvangplaatsen kan ook bestaan zonder direct zichtbaar tekort; beroep tegen vergunning ongegrond.
- Raad van State, uitspraak Apeldoorn van 15 april 2019 — verzoeken om voorlopige voorziening tegen azc afgewezen.
- Raad van State, uitspraak Budel/Cranendonck van 14 juni 2024 — gemeente moest beslissen over voortzetting azc; schorsingsverzoek afgewezen.
Henk Prins
Ik schrijf mijn columns op persoonlijke titel
Meer van mijn hand op www.hbpmedia.nl
Ontdek meer van Westfriesland Praat
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.












Zie hier een column van een linkse asielzoekers knuffelaar, ze moeten jou het land uitzetten