WEST-FRIESLAND, 7 april 2026 – In zes Westfriese gemeenten gaat vanaf april de tweede ronde van een grootschalig ecologisch onderzoek van start. Ecologen van Vonk Ecologie brengen daarbij in kaart waar vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen leven en nestelen. Het onderzoek vindt plaats in Hoorn, Medemblik, Opmeer, Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland en loopt tot en met september 2026.
De onderzoeksronde volgt op een eerste inventarisatie in 2025. Met de nieuwe waarnemingen worden de gegevens aangevuld die nodig zijn voor het opstellen van een Soortenmanagementplan, ook wel SMP genoemd. Dat plan moet ervoor zorgen dat inwoners in de toekomst eenvoudiger hun woning kunnen isoleren of verbouwen, zonder schade toe te brengen aan beschermde diersoorten.
Onderzoek moet isoleren eenvoudiger maken
De zes gemeenten werken met het Soortenmanagementplan aan een gebiedsgerichte aanpak voor natuurbescherming bij werkzaamheden aan gebouwen. Daarbij gaat het niet alleen om isoleren, maar ook om verbouwen, slopen en nieuwbouw.
Met het plan wordt inzichtelijk gemaakt waar beschermde soorten verblijven en hoe werkzaamheden zorgvuldig kunnen worden uitgevoerd. Op basis van het SMP kan later een gebiedsvergunning voor tien jaar worden afgegeven. Daardoor hoeven inwoners en initiatiefnemers in veel gevallen niet meer zelf ecologisch onderzoek te laten doen, terwijl dat nu vaak nog verplicht is op grond van de natuurwetgeving.
Volgens de gemeenten moet dat ervoor zorgen dat verduurzaming van woningen makkelijker en goedkoper wordt, met behoud van natuurwaarden.

Ecologen actief van april tot en met september
In de onderzoeksperiode trekken ecologen meerdere keren per wijk door de gemeenten. Zij bekijken onder meer gevels, daken en achterpaden op mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen.
Het onderzoek naar huismussen gebeurt vooral in de ochtenduren. Voor gierzwaluwen en vleermuizen vinden de waarnemingen juist plaats rond zonsondergang. Dat betekent dat inwoners de ecologen zowel overdag als in de vroege avond in hun buurt kunnen tegenkomen.
De aanwezigheid van deze beschermde soorten speelt een belangrijke rol bij werkzaamheden aan woningen en andere gebouwen. Door vooraf goed in beeld te brengen waar dieren nestelen of verblijven, kunnen maatregelen worden genomen om verstoring of schade te voorkomen.
Inwoners kunnen waarnemingen doorgeven
De ecologen verzamelen niet alleen zelf gegevens, maar vragen ook hulp van inwoners. Mensen die weten dat er vleermuizen, huismussen of gierzwaluwen in of rond hun woning aanwezig zijn, kunnen dat melden via een e-mailadres per gemeente.
Voor meldingen of vragen zijn de volgende adressen beschikbaar:
- Stede Broec: stedebroec@vonkecologie.nl
- Enkhuizen: enkhuizen@vonkecologie.nl
- Hoorn: hoorn@vonkecologie.nl
- Opmeer: opmeer@vonkecologie.nl
- Medemblik: medemblik@vonkecologie.nl
- Drechterland: drechterland@vonkecologie.nl
Meer informatie over natuurvriendelijk isoleren en subsidiemogelijkheden is te vinden op de duurzaamheidswebsites van de gemeenten. Daarnaast is algemene informatie beschikbaar via de landelijke website over natuurvriendelijk isoleren.
Natuur en verduurzaming combineren
Met het onderzoek willen de Westfriese gemeenten een betere balans vinden tussen verduurzaming en natuurbescherming. Door de verblijfplaatsen van beschermde soorten goed vast te leggen, ontstaat meer duidelijkheid voor inwoners, gemeenten en initiatiefnemers.
Daarmee moet het in de komende jaren eenvoudiger worden om woningen energiezuiniger te maken, zonder dat vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen daar de dupe van worden.
Ontdek meer van Westfriesland Praat
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.























