Biologische bestrijders zoals sluipwespen en roofmijten in een Nederlandse kas tegen plaaginsecten

Uw banner hier?

Uw banner hier?

Uw banner hier?

Uw banner hier?

Uw banner hier?

Uw banner hier?

Uw banner hier?

WEST-FRIESLAND, 13 februari 2026 – Geen pesticiden, maar biologische bestrijders zoals sluipwespen en roofmijten pakken op 94 procent van het Nederlandse kassenareaal plaaginsecten aan. Dat blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek op 12 februari bekendmaakte. Volgens de statistiekdienst worden deze โ€˜natuurlijke vijandenโ€™ inmiddels ingezet op bijna de volledige 10.000 hectare aan kassen in Nederland, een niveau dat vergelijkbaar is met 2020.

Meer soorten op groter areaal

Telers zetten steeds vaker meerdere soorten biologische bestrijders tegelijk in op een groter deel van hun areaal. Het gaat onder meer om sluipwespen, galmuggen, roofmijten, -tripsen, -wantsen, -vliegen, -kevers en aaltjes. Zo groeide de oppervlakte waarop roofmijten en -tripsen worden gebruikt van 69 procent in 2020 naar 84 procent in 2024.

Volgens voorzitter Adri Bom-Lemstra van Glastuinbouw Nederland laat dit zien dat telers grote stappen zetten in het vergroenen van hun gewasbescherming. Door meerdere soorten te combineren kunnen zij meer plagen aanpakken en is minder chemische inzet nodig.

Microbiologische middelen in opmars

Naast biologische bestrijders gebruiken telers op ongeveer twee derde van het glastuinbouwareaal microbiologische middelen, zoals bacteriรซn, tegen plaaginsecten. Het gebruik is het hoogst in de gerberateelt, waar deze middelen op circa 90 procent van de oppervlakte worden toegepast. Ook deze ontwikkeling draagt bij aan een afname van chemische gewasbeschermingsmiddelen.

Soorten versterken elkaar

Volgens Bom-Lemstra is het inzetten van meerdere soorten tegelijk gunstig. Door voortdurende innovatie is er voor elk seizoen een geschikt middel beschikbaar, ook in de winter wanneer veel insecten minder actief zijn. Telers kunnen soorten kiezen die elkaar aanvullen en versterken, wat de effectiviteit van biologische bestrijding vergroot.

Sterke stijging per teelt

De inzet van biologische bestrijders neemt vooral toe in specifieke teelten. In de tomatenteelt steeg het gebruik van roofmijten en -tripsen van 18 procent in 2020 naar 66 procent in 2024. Bij bloeiende potplanten nam het gebruik van sluipwespen en galmuggen toe van 29 naar 45 procent. In de chrysantenteelt groeide dit aandeel van 68 naar 82 procent. De inzet van roofwantsen, roofkevers, gaasvliegen en zweefvliegen nam daar zelfs toe van 10 naar 44 procent.


Ontdek meer van Westfriesland Praat

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reageer op dit artikel

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.