BENNINGBROEK, 5 maart 2026 – De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft een besluit van de gemeente Medemblik over de realisatie van vier appartementen in een pand in Benningbroek vernietigd. De hoogste bestuursrechter oordeelt dat het gemeentebestuur onvoldoende heeft onderzocht of er voldoende en bruikbare parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden bij het project.
De zaak draaide om een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een bestaand appartement tot vier afzonderlijke woningen in een pand aan de Oosterstraat 82b in Benningbroek. Omwonenden, verenigd in de Vereniging van Eigenaars (VvE), verzetten zich al jaren tegen het plan.
Vergunning ontstond automatisch
De initiatiefnemer vroeg in februari 2021 een omgevingsvergunning aan om een appartement op de bovenverdiepingen van het pand te splitsen in vier afzonderlijke appartementen. Het bestaande pand bevatte al drie woningen: twee op de begane grond en één op de verdiepingen.
Volgens het geldende bestemmingsplan “Dorpskernen I” is in het pand echter slechts één woning toegestaan. Daardoor was naast een bouwvergunning ook toestemming nodig om af te wijken van het bestemmingsplan.
De gemeente Medemblik nam niet op tijd een besluit op de aanvraag. Daardoor ontstond automatisch een zogenoemde vergunning van rechtswege. Later verklaarde het college van burgemeester en wethouders bezwaren van omwonenden ongegrond en liet het de vergunning in stand.
Bezwaren van bewoners
Bewoners van de appartementen op de begane grond stapten naar de rechter. Zij voerden meerdere bezwaren aan tegen het plan.
Volgens de VvE waren er onder meer problemen met:
- de brandveiligheid van het pand
- de smalle toegangsweg naar het gebouw
- het gebruik van gedeelde voorzieningen zoals leidingen
- de bereikbaarheid van parkeerplaatsen
- mogelijke aantasting van privacy en woonkwaliteit
De rechtbank Noord-Holland gaf de bewoners in 2023 geen gelijk. Daarop gingen zij in hoger beroep bij de Raad van State.
Privaatrechtelijke bezwaren onvoldoende
De Raad van State ging niet mee in een belangrijk argument van de bewoners over zogenoemde privaatrechtelijke belemmeringen.
De bewoners stelden dat het plan onmogelijk was omdat leidingen, riolering en nutsvoorzieningen door delen van het gebouw lopen die bij andere appartementen horen. Zonder toestemming van andere eigenaren zou de verbouwing niet uitgevoerd kunnen worden.
Volgens de Raad van State vormt dat echter geen duidelijke blokkade voor de vergunning. De bestuursrechter oordeelt dat zulke geschillen eerst door de civiele rechter moeten worden beoordeeld. Alleen als een belemmering zonder twijfel vaststaat, kan dat een reden zijn om een vergunning te weigeren. Dat was hier niet het geval.
Ook het gebruik van een toegangsweg via een erfdienstbaarheid werd niet als onoverkomelijk probleem gezien.
Brandveiligheid geen probleem volgens rechter
De bewoners voerden ook aan dat het pand niet zou voldoen aan brandveiligheidseisen. Zij verwezen daarbij naar rapporten van een adviesbureau en naar een eerder negatief advies van de brandweer.
De Raad van State ging daar niet in mee. Volgens de rechter mocht de gemeente vertrouwen op een rapport van adviesbureau Nieman en aangepaste bouwtekeningen waaruit blijkt dat het plan aan de relevante eisen van het Bouwbesluit kan voldoen.
Belangrijk daarbij is dat het Bouwbesluit alleen van toepassing is op de delen van het gebouw die daadwerkelijk worden aangepast. Eventuele tekortkomingen in de bestaande situatie vallen daar buiten.
Parkeerprobleem doorslaggevend
Uiteindelijk strandde het plan op een ander punt: parkeren.
Volgens de gemeentelijke parkeernormen moeten voor de vier nieuwe appartementen zeven parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Het college ging ervan uit dat deze op een terrein naast het pand konden worden aangelegd.
De Raad van State concludeert echter dat dit onvoldoende is onderzocht.
Uit tekeningen blijkt dat enkele geplande parkeerplaatsen niet voldoen aan de minimale afmetingen uit de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR). Daarnaast is de manoeuvreerruimte voor auto’s mogelijk te klein doordat er een schutting en groen aanwezig zijn.
Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat de parkeerplaatsen daadwerkelijk bruikbaar zijn. Volgens de rechter had de gemeente dit beter moeten onderzoeken voordat zij de vergunning in stand liet.
Uitspraak rechtbank deels vernietigd
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de bewoners daarom gegrond.
De uitspraak van de rechtbank Noord-Holland is gedeeltelijk vernietigd en ook het besluit van het college van burgemeester en wethouders uit 2022 is geschrapt.
De gemeente Medemblik moet nu een nieuw besluit nemen over de bezwaren tegen de vergunning. Daarbij moet rekening worden gehouden met de kritiek van de Raad van State, vooral op het gebied van parkeren.
Nieuwe procedure bij Raad van State
Om verdere vertraging te voorkomen heeft de Raad van State bepaald dat een eventueel nieuw beroep tegen het besluit van de gemeente direct bij de hoogste bestuursrechter moet worden ingediend.
Normaal gesproken zou zo’n zaak opnieuw via de rechtbank lopen. Door deze stap wil de Raad van State het langdurige juridische traject beperken.
Reactie Sebastiaan Vriend
In een reactie aan deze website laat eigenaar Sebastiaan Vriend weten dat het pand in 2019 in bezit is gekomen met het plan om op de verdiepingen 4 startersappartementen te realiseren, in een regio waar veel jongeren moeite hebben om een woning te vinden. Vriend: “Voor deze groep wilden wij juist woonruimte creeëren”
“Voor dit plan is in 2021 een omgevingsvergunning ontstaan. Sindsdien loopt er een langdurige juridische procedure. Inmiddels heeft de Raad van State uitspraak gedaan. Daarbij zijn vrijwel alle bezwaren tegen het project afgewezen, zoals de punten over brandveiligheid, ontsluiting en woon- en leefklimaat. Alleen het onderdeel parkeren moet opnieuw door de gemeente worden beoordeeld,” gaat Vriend verder.
Naar boven afgerond
Volgens Vriend is de kern van de discussie de parkeernorm. “Voor vier starters appartementen geldt een norm van 1,6 parkeerplaats per woning. Dat komt neer op 6,4 parkeerplaats, wat volgens de gemeentelijke regels naar boven wordt afgerond naar zeven.”
Zes parkeerplaatsen kan Vriend zonder problemen realiseren. De discussie gaat volgens Vriend feitelijk over een zeer klein verschil: het realiseren van die laatste fractie van een parkeerplaats. Daarbij spelen ook verschillen tussen kadastrale kaarten en de tekening uit de splitsingsakte een rol, waardoor de exacte maatvoering in de praktijk op “letterlijk” centimeters aankomt.
“Volgens de uitspraak moet de gemeente dit punt opnieuw beoordelen. Wij hopen dat er na een traject van inmiddels ruim zes jaar een praktische oplossing kan worden gevonden, zodat de vier beoogde starterswoningen alsnog gerealiseerd kunnen worden.
Het blijft voor ons wrang dat vier woningen voor jongeren al jaren vastzitten in een discussie die uiteindelijk neerkomt op enkele centimeters parkeerterrein.”
Ontdek meer van Westfriesland Praat
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



















