ENKHUIZEN, 7 april 2026 – Koos Sluis en historicus Lucas van der Hoeven willen dat de gemeente Enkhuizen alsnog werk maakt van formele erkenning voor Joost Sluis en diens halfbroer Jan Cornelis Sluis. Volgens hen zijn de twee Enkhuizers, die beiden werden onderscheiden met het Verzetskruis, ten onrechte in de schaduw geraakt van de lokale oorlogsgeschiedenis.
De oproep is niet nieuw. De Enkhuizer Stichting 40-45 vroeg op 3 mei 2023 al om de initialen van beide broers aan te brengen op het verzetsmonument in de stad. Volgens Sluis en Van der Hoeven is daar tot nu toe niets mee gebeurd. Zij vinden dat Enkhuizen daarmee een eerder uitgesproken belofte nog altijd niet is nagekomen.
Verhalen van twee broers uit oorlogstijd
Joost Sluis werd in 1917 geboren in Chicago, maar groeide op in Enkhuizen. Tijdens de oorlog wist hij naar Engeland te vluchten. Daarna volgde in de Verenigde Staten een vliegersopleiding. Uiteindelijk werd hij als waarnemer ingezet in een B-25 Mitchell-bommenwerper van het RAF-Dutch squadron 320. In juni 1944 kwam hij om het leven toen het toestel met de overige drie bemanningsleden neerstortte. Joost Sluis ligt begraven in Enkhuizen. De andere bemanningsleden vonden hun laatste rustplaats op de militaire begraafplaats Grebbeberg. Zijn oorlogsgeschiedenis is onder meer terug te vinden bij de Oorlogsgravenstichting en in publicaties over squadron 320.
Zijn halfbroer Jan Cornelis Sluis dook tijdens de oorlog onder om te ontkomen aan de Arbeitseinsatz. Hij verbleef in de Biesbosch, werd gearresteerd tijdens een razzia en kwam terecht in Kamp Amersfoort. Daar verzwakte hij ernstig, waarna hij uiteindelijk werd vrijgelaten. Ook zijn naam en oorlogsgeschiedenis zijn in openbare oorlogsarchieven terug te vinden.
Nog altijd geen formele erkenning
Beide broers ontvingen het Verzetskruis, maar volgens Sluis en Van der Hoeven ontbreekt nog altijd formele erkenning vanuit de gemeente Enkhuizen. Dat wringt volgens hen temeer omdat hun verhalen inmiddels wel breder bekend zijn geworden. Zo verschenen publicaties over de broers in regionale media en in historische en militaire uitgaven.
Van der Hoeven wijst erop dat een lezing die hij in Medemblik gaf over Joost Sluis en Dutch squadron 320 op veel belangstelling kon rekenen, ook vanuit Enkhuizen. Volgens hem is het opvallend dat vanuit het gemeentebestuur van Enkhuizen desondanks geen reactie kwam op herhaaldelijk gestelde vragen of op zijn verzoek om ook in Enkhuizen een voordracht te houden.
Een extra gevoelig punt is dat de Vereniging Oud Enkhuizen publicatie van biografieรซn over de broers eerder ongewenst zou hebben gevonden, omdat Joost en Jan Cornelis niet als verzetslieden in Enkhuizen of directe omgeving actief zouden zijn geweest. Voor Sluis en Van der Hoeven doet dat niets af aan hun betekenis. Volgens hen gaat het om Enkhuizers die in oorlogstijd offers hebben gebracht en daarvoor nationaal zijn onderscheiden.
Pleidooi voor blijvende herinnering
Met hun oproep willen Sluis en Van der Hoeven dat de gemeente niet langer afwacht, maar zichtbaar erkenning geeft aan beide broers. Dat kan volgens hen bijvoorbeeld door hun initialen alsnog op het verzetsmonument aan te brengen of op een andere formele manier aandacht te besteden aan hun rol in de oorlog.
Volgens de initiatiefnemers gaat het niet alleen om eerherstel voor twee mannen, maar ook om het completer maken van de Enkhuizer oorlogsgeschiedenis. Juist in een tijd waarin lokale herdenken steeds belangrijker wordt, verdienen ook minder bekende namen volgens hen een vaste plek in het collectieve geheugen.
Ontdek meer van Westfriesland Praat
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
















