WESTWOUD, 16 februari 2026 – Op 11 februari 2026 heeft de rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een omvangrijke collectieve procedure over het Nederlandse PFAS-beleid. De zaak was aangespannen door meerdere milieuorganisaties, die de Staat verweten onvoldoende maatregelen te nemen tegen de verspreiding van PFAS en tegen de risico’s van deze stoffen voor mens en milieu. De rechtbank oordeelde echter dat de Staat binnen de grenzen van zijn beleidsvrijheid handelt. Daarom wees de rechtbank alle vorderingen af.
Lees ook: Nog geen uitspraak rechtbank over PFAS vuilstort Westwoud
De uitspraak heeft niet alleen betekenis op nationaal niveau, maar werkt ook door in lokale dossiers. Zo leidt het vonnis niet tot aanpassingen of aanvullende maatregelen bij de sportplaats in Westwoud. Lopende plannen en het bestaande beheer kunnen ongewijzigd worden voortgezet.
Wat zijn PFAS en waarom spelen ze een rol?
PFAS is een verzamelnaam voor duizenden per- en polyfluoralkylstoffen die sinds de jaren zestig worden gebruikt in uiteenlopende producten, zoals regenkleding, blusschuim, pannen met antiaanbaklagen, cosmetica en industriële toepassingen. De stoffen zijn populair vanwege hun water-, vet- en vuilafstotende eigenschappen.
Tegelijkertijd zijn PFAS zeer persistent: ze breken nauwelijks af in het milieu en kunnen zich via water, bodem en lucht over grote afstanden verspreiden. Sommige PFAS, waaronder PFOS en PFOA, kunnen zich ophopen in het menselijk lichaam. Deze stoffen worden in verband gebracht met gezondheidsrisico’s bij langdurige blootstelling.
Juist vanwege deze eigenschappen staat PFAS al jaren centraal in het milieudebat, zowel in Nederland als in Europees verband.
Lees ook: PFAS-normen voormalige vuilstort Westwoud niet overschreden wijst onderzoek uit
De inzet van de collectieve procedure
De procedure bij de rechtbank Den Haag was aangespannen door verschillende regionale milieufederaties en een stichting die zich inzet voor schoon water. Zij stelden dat de Staat onrechtmatig handelt door onvoldoende voortvarend op te treden tegen PFAS-verontreiniging.
Volgens de eisers schiet het nationale beleid tekort, onder meer omdat normen niet streng genoeg zouden zijn. Ook omdat emissies van PFAS onvoldoende worden beperkt, vinden ze het beleid niet afdoende. Verder werd betoogd dat de Staat te veel inzet op toekomstige Europese regelgeving en te weinig op directe nationale maatregelen.
De kernvraag voor de rechtbank was of de Staat met zijn huidige beleid de wettelijke en verdragsrechtelijke zorgplichten overschrijdt.
Oordeel van de rechtbank: ruime beleidsvrijheid
De rechtbank stelde voorop dat PFAS een serieus milieuprobleem vormen en dat bescherming van mens en milieu noodzakelijk is. Tegelijkertijd benadrukte de rechter dat de aanpak van dit soort complexe vraagstukken in beginsel toekomt aan regering en parlement.
Volgens de rechtbank beschikt de Staat over een ruime beoordelingsvrijheid bij het maken van beleidskeuzes. Die vrijheid wordt begrensd door wet- en regelgeving, maar betekent wel dat de rechter geen inhoudelijke politieke keuzes mag afdwingen.
De rechtbank concludeerde dat het huidige PFAS-beleid van de Staat binnen deze ruimte blijft. Bovendien is niet aangetoond dat sprake is van onrechtmatig handelen.
PFOS-norm en Kaderrichtlijn Water
Een belangrijk onderdeel van de zaak betrof de Europese normen voor PFOS in oppervlaktewater. Op grond van de Kaderrichtlijn Water moet uiterlijk in 2027 een goede chemische toestand worden bereikt.
De milieuorganisaties stelden dat Nederland deze norm niet zal halen en dat de Staat nu al verplicht is extra maatregelen te nemen. De rechtbank oordeelde echter dat uitstel van de termijn onder voorwaarden mogelijk is. Er staat bovendien onvoldoende vast dat Nederland de norm definitief niet zal kunnen halen.
Daarmee is volgens de rechtbank geen sprake van een dreigende schending van een wettelijke plicht.
Geen extra nationale verplichtingen
Ook andere vorderingen, waaronder het verplicht opnemen van strengere PFAS-normen in nationale wetgeving en het afdwingen van aanvullende emissiebeperkingen, werden afgewezen.
De rechtbank achtte aannemelijk dat de Staat inzet op een combinatie van maatregelen: beperking van emissies, toepassing van best beschikbare technieken, toezicht via vergunningen en inzet op een zo breed mogelijk Europees verbod op PFAS.
Die aanpak werd door de rechtbank niet onredelijk of onvoldoende geacht.
Gevolgen voor lokale situaties zoals Westwoud
De uitspraak heeft directe gevolgen voor lokale dossiers waar PFAS een rol speelt. In Westwoud, waar de sportplaats onderwerp is van aandacht in verband met bodemkwaliteit, betekent het vonnis dat er geen nieuwe juridische verplichtingen ontstaan.
Omdat de rechtbank geen aanvullende eisen oplegt aan het nationale beleid, is er ook geen aanleiding voor gemeenten om bestaande sportvoorzieningen aan te passen zolang zij handelen binnen de geldende wet- en regelgeving.
Voor de sportplaats in Westwoud houdt dit in dat regulier beheer en toezicht volstaan. Daarom zijn geen extra maatregelen noodzakelijk op basis van deze uitspraak.
Rol van gemeenten en bevoegd gezag
Gemeenten blijven verantwoordelijk voor het beheer van sportvelden en andere publieke voorzieningen. Daarbij moeten zij voldoen aan bestaande milieuregels en zorgplichten, bijvoorbeeld bij grondverzet of herinrichting.
De PFAS-uitspraak verandert deze verantwoordelijkheden niet. Gemeenten kunnen blijven werken met de bestaande normen, richtlijnen en vergunningstelsels. Alleen wanneer nieuwe wetgeving of beleidswijzigingen volgen, kan dit gevolgen hebben voor lokale projecten.
Politiek en Europees vervolg
Hoewel de rechtbank de vorderingen afwees, is het PFAS-dossier daarmee niet afgesloten. Op Europees niveau wordt gewerkt aan een vergaand restrictievoorstel dat het gebruik van vrijwel alle PFAS moet beperken.
Nederland behoort tot de landen die dit voorstel actief ondersteunen. De uitkomst van dit Europese traject kan op termijn wél gevolgen hebben voor nationale en lokale situaties.
Tot die tijd blijft het huidige kader leidend.
Conclusie
De uitspraak van de rechtbank Den Haag van 11 februari 2026 bevestigt dat de Staat met zijn PFAS-beleid binnen de wettelijke grenzen opereert. De rechter ziet geen aanleiding om extra maatregelen af te dwingen.
Voor Westwoud betekent dit concreet dat de sportplaats geen aanpassingen hoeft te ondergaan als gevolg van deze uitspraak. Zolang wordt voldaan aan bestaande regels, blijft de huidige situatie gehandhaafd.
De aandacht voor PFAS blijft echter bestaan, zeker gezien de Europese ontwikkelingen. Eventuele veranderingen zullen dan ook eerder uit Brussel dan uit de rechtszaal komen.
Ontdek meer van Westfriesland Praat
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

















